Annemarie Vels Heijn

Schrijf- en denkwerk

Home Terug / Back

Jan C. Schüller, kunsthandelaar

Jan C. Schuller, ca. 1910.

Jan Schüller (1871-1915) kon goed tekenen1, er is zelfs sprake van een kunstopleiding2. Wellicht daarom is hij, waarschijnlijk in 1898, na werkzaam te zijn geweest als bank- en winkelbediende, gaan werken bij Abraham Preyer, die een kunstzaal met de naam Pictura had in de Wolvenstraat in Amsterdam op nr. 19. De zaak was de opvolger van de fa. Van Pappelendam en Schouten (oude en moderne kunst), die Preyers vader in 1890 had overgenomen. Voor Preyer reisde Jan (jaar onbekend) naar Amerika. Bekend is dat Preyer in 1894 een filiaal in New York had geopend dat echter al in 1897 weer gesloten werd.3

Op 2 mei 19004 verhuist Jan met zijn gezin naar Haarlem, naar de Duvenvoordestraat 66. Vanuit Haarlem verhuizen ze een jaar later naar Den Haag, omdat Jan in 1901 gaat werken voor de Haagse vestiging van Preyer in de Paleisstraat bij het Paleis Noordeinde. Preyer deed onder andere zaken met kunsthandel Goupil in Parijs, het bedrijf waar Jans oom Therus in de jaren ’70 had gewerkt.5 Het Haagse Bevolkingsregister meldt dat het gezin zich op 22 mei 1901 in Den Haag vestigt, ze worden op 23 mei ingeschreven.6 In 1902 (oktober/november) reist Jan, waarschijnlijk voor Goupil, naar Amerika, kennelijk om schilderijen te verkopen7. De heenreis maakt hij met de ss. Rotterdam8 van de Holland-Amerika Lijn, de terugreis in begin december met de tss. Potsdam9 van dezelfde maatschappij. Hij verblijft o.a. te New York, Washington, Rochester, Chicago en Philadelphia, de belangstelling voor schilderijen van de eerste en tweede generatie Haagse School was daar groot.10

Het jaar daarop, in 1903, begint Jan een eigen kunsthandel (‘Kunsthandel J.C. Schüller’) annex lijstenmakerij11, op Plein 22A, in een winkelpand naast het Ministerie van Buitenlandse Zaken12. Er bestaat een foto van het interieur van de kunsthandel13, welke schilderijen daarop staan afgebeeld is nog onderwerp van onderzoek. Zoon Therus herinnerde zich dat er aan de achterzijde van het pand een lijstenmakerij was. Behalve kunsthandel is het pand aan het Plein ook een kunstzaal; Jan organiseert er regelmatig tentoonstellingen (zie bijlage 1), ook van kunstenaars die minder gevestigd waren dan die van de Haagse School. Zijn belangrijkste protegé zou uiteindelijk Jan Mankes blijken te zijn.14

Interieur van Kunsthandel Schüller, Plein 22A, Den Haag. Datum onbekend. Rijksmuseum Amsterdam.

Er is slechts weinig persoonlijks over Jan bekend. Uit de schaarse bronnen komt hij over als een hartelijk en toegankelijk persoon. Kunsthandelaar en kunstjournalist J.H. de Bois omschrijft hem als ‘den aardigen, gullen kunstkoper op het Plein’.15 Op foto’s maakt hij een innemende en opgewekte indruk.

Al kort na het openen van de kunsthandel is Jan maanden van huis: in 1904 treedt hij op als vertegenwoordiger van de Nederlandse kunsthandelaren op de Wereldtentoonstelling in St. Louis (VS), 30 april-1 december 1904.16 Hij onderneemt de reis samen met Tony Artz.17 Er bestaan foto’s van Jan en Tony bij de inrichting van de zalen18 en een serie foto’s met personen op het tentoonstellingsterrein en in de stad. De Nederlandse inzending betreft schilderijen, meubels, porselein en aardewerk. Jan krijgt een ‘Commemorative Diploma’ als ‘Manager of the Exposition Art Galleries for the Netherlands. Member International Jury of Awards’.

Jan Schüller en Tony Artz bij het uitpakken van de kratten voor de Nederlandse kunstafdeling op de Wereldtentoonstelling in St. Louis (VS), 1904.

Jan Schüller met de vertegenwoordiger van de Duitse inzending.

Jan Schüller bij de inzending van porselein en aardewerk van de Plateelbakkerij Rozenburg in Den Haag.

Jan Schüller bij een schilderij van Bernard Blommers. Foto’s Rijksmuseum Amsterdam.

Het schilderij in St. Louis was kennelijk een grotere versie van dit schilderij (50,4 x 35,8 cm.) van B.J. Blommers ( 1845-1914). Veiling Collectie Kamerbeek, Christie’s, juni 2017.

Ook in de jaren daarna is Jan veel op reis, en daarom maanden van huis, om kunstwerken te verkopen maar ook om verkooptentoonstellingen te organiseren. Vanaf 1911 gaat hij jaarlijks naar Zuid-Amerika, waar veel belangstelling is voor werken van de Haagse School19, blijkens de correspondentie in elk geval in 1911 naar Rio de Janeiro (briefkaart van 5 juni 1911; in deze briefkaart noemt hij ene Broens in Buenos Aires) en Buenos Aires, en in 1914 naar Argentinië. In het familiearchief bevinden zich ongedateerde catalogusjes van drie tentoonstellingen in Salon Costa in Buenos Aires en een catalogusje van een tentoonstelling in Buenos Aires in 1911. De reizen naar Zuid-Amerika werden verzorgd door de Koninklijke Hollandse Lloyd via o.a. Dover, Boulogne-sur-Mer en Lissabon. In het familiearchief bevinden zich briefkaarten uit Lissabon (22 mei 1911) en Vigo (12 april 1914) en een foto uit die periode aan boord van de ss. Frisia met daarop ene kapitein Wijsma. Het gedicht bij het koperen huwelijksfeest van Jan en Lize rept ook van reizen naar Wenen, Boedapest, de Alpen en München. Blijkens brieven in het familiearchief bezoekt Jan ook Londen en Engeland. Jan Mankes schrijft in zijn brieven aan A.A.M. Pauwels over bezoeken aan België en Frankrijk, waarschijnlijk ter voorbereiding van tentoonstellingen met werk van Leon L’Hermite en Henri Fantin Latour. De tentoonstelling van het werk van Leon L’Hermite vindt plaats bij Kunsthandel J.C. Schüller in voorjaar 1911 en is gecombineerd met werk van Jacob Dooijewaard20, die in 1902 een portret van dochter Trees had geschilderd21. Op een fotootje van Dooijewaard in het familiearchief heeft zoon Therus geschreven: ‘oom Japie’, kennelijk was Dooijewaard ook een huisvriend van de Schüllers. In december 1911 exposeert de kunsthandel muziekomslagen (litho’s) van Fantin-Latour.

Bord met gebatikt perkament, getekend door Theo Neuhuys (1878-1921 ), gesigneerd linksonder Neuhuis, dat Jan waarschijnlijk op zijn buitenlandse reizen meenam. Theo Neuhuys werkte bij de Larensche Kunsthandel in Laren vanaf 1905 en vanaf 1907 bij de dependance in Amsterdam en vanaf september 1912 bij Kunsthandel Kleykamp in Den Haag.

In 1909 komt Jan via kunstenaar Bernard Schregel in contact met de kunstenaar Jan Mankes, die sinds 1908 werkzaam is als zelfstandig kunstenaar. Hij besluit wordt vertegenwoordiger van diens werk te worden22. In de brieven van Mankes komt Jan regelmatig voor23. Werk van Mankes wordt vanaf 1910 een aantal malen bij Kunsthandel Schüller geëxposeerd24 en in 1912 organiseert Jan in De Larensche Kunsthandel in Amsterdam een succesvolle tentoonstelling van Mankes’ werk.25 Jan bezoekt Mankes ook in De Knijpe, voor het eerst in 1910. In de zomer van 1912 brengt hij zijn 13-jarige zoon Louis26 mee, die waarschijnlijk dan al belangstelling voor kunst heeft, en in 1913 is hij in gezelschap van de Amerikaanse kunsthandelaar Robert Vose27. Bij de gelegenheid maakt Jan een serie foto’s.28

Foto door Jan Schüller gemaakt in De Knijpe, 24 juli 1913, met van links naar rechts Jan Mankes, zijn zuster Popke, moeder Jentje, vader Beint en de Amerikaanse kunsthandelaar Robert Vose. RKD, Archief A.A.M. Pauwels.

In die jaren heeft Jan overleg met Nico van Harpen, directeur van De Larensche Kunsthandel, in 1905 in Laren en in 1907 ook in Amsterdam, over nauwere samenwerking.29 Het is niet duidelijk in welke mate die daadwerkelijk tot stand is gekomen. In begin 1913 gaat Jan samenwerken met J.N.H. (Nico) Eisenlöffel (1881-1974) die in Amsterdam werkt bij de fa. Wed. G. Dorens & Zoon, fabrikant van exclusieve meubelen op Rokin 56.30 De zaak in Den Haag krijgt dan de naam Schüller en Eissenlöffel. Er worden onder die naam tentoonstellingen georganiseerd van werk van Leo Gestel, Louis Raemaekers, Etha Fles en Willem Paerels.31 In de tweede helft van dat jaar krijgt ook de zaak aan het Rokin in Amsterdam die naam. Is deze fusie ingegeven door de moeilijke omstandigheden in aanloop naar de Eerste Wereldoorlog en de behoefte de zaak een steviger financiële basis te geven? Of zijn het zorgen over zijn gezondheid die Jan deze stap doen nemen? De samenwerking is slechts van korte duur; in oktober 1914 wordt hij weer ontbonden. De reden daarvan is niet bekend.

Vanwege Jans vele buitenlandse reizen zal het noodzakelijk zijn geweest in de kunsthandel assistentie te hebben. Bekend is dat Jans zwager Herman d’Audretsch (die zijn naam met d’ schrijft) (1872-1966) in de jaren 1910-12 assistent is, tot hij met onmin vertrekt. In 1913 begint hij een eigen kunsthandel, Kunstzaal d’Audretsch op de Hoge Wal 16-16a in Den Haag. Hij wordt in 1912 als assistent opgevolgd door Marius Bauer (1867-1932), dan al een succesvol kunstenaar. In 1914-15 wordt de rol van assistent vervuld door Aty Brunt [.] (1887-1987), dochter van de Haagse boekhandelaar C. Brunt, en verloofd met dichter en criticus Jan Greshoff.

Aty Brunt en haar verloofde Jan Greshoff, ca. 1912.

In 1912/13 heeft Jan problemen met zijn gezondheid, altijd een punt van zorg bij de Schüllers vanwege de voorgeschiedenis van tuberculose bij Jans vader en oom. Op 19 februari 1913 meldt Mankes aan A.A.M. Pauwels dat Jan Schüller al zes weken ziek is ‘influenza, pleuris’.32 Toch gaat hij dat jaar in mei op reis naar Buenos Aires en Montevideo. Ruim een maand later is hij terug. Schüllers gezondheid was goed gegaan, maar de verkoop was teleurstellend, weet Mankes aan Pauwels te melden.33 Ook in juli 1914 is Jan in het buitenland, zoals blijkt uit een opmerkingen in een brief van Mankes aan Pauwels, ‘Schüller weer in het land, Zegt-U’.34 Maar in dezelfde maand wordt Jan opgenomen in Sanatorium Erica35 in Nunspeet.

Sanatorium Erica in Nunspeet.

Jan zelf en ook Mankes nemen aan dat het verblijf van korte duur zal zijn. Mankes schrijft aan Pauwels: ‘.. wachten tot Schüller terug is en zich weer met zaken mag bezighouden’.36 Aanvankelijk gaat de correspondentie van Mankes via Schüllers assistente Aty Brunt, maar in oktober correspondeert hij met Jan Schüller zelf.37 Jan schrijft begin oktober ‘Mijn gezondheid gaat goed vooruit’.38 En vraagt Mankes een keer naar Nunspeet te komen om zijn nieuwe werk te laten zien.39 Mankes vindt dat bezwaarlijk en ziet op tegen het gesjouw, hij hoopt dat Jan zelf naar De Knijpe zou kunnen komen.40 Maar op 12 oktober schrijft Mankes aan Jan: ‘Het gaat gebeuren!, ik kom naar u toe.’ Uiteindelijk gaat hij op 18 oktober naar Nunspeet, hij heeft een rol en een doos vooruit gestuurd en neemt werken mee. ‘Schüller hoestte nog al wat, vond ik’, schrijft Mankes aan Pauwels, ‘maar toch was hij zelf vol hoop om met een maand of zooiets het sanatorium geheel hersteld te kunnen verlaten.’41 Welke werken Mankes in Nunspeet heeft laten zien, is helaas niet bekend. Er is sprake van ‘grote houtskooltekeningen’42. Daarvan is er nu slechts een bekend: de tekening van een koemelkster met formaat 79 x 57,5 cm., nr.25-252 in de catalogus van 2025.

In augustus 1913 had Mankes in Den Haag een bezoek gebracht aan het net geopende museum van mevrouw Kröller-Müller aan de Lange Voorhout bezocht. De bovenetage daar was gewijd aan het werk van Vincent van Gogh uit zijn Franse tijd. Het lijkt erop dat Mankes onder de indruk was van dat werk en daarvan een vertaling trachtte te maken in zijn eigen werk. Het werd minder diffuus en sommige werken werden meer lineair en kleurrijk. Een goed voorbeeld van die nieuwe stijl zijn de twee landschappen die Mankes waarschijnlijk mee naar Nunspeet heeft genomen.

Bloeiend landschap, 1914. Museum Belvédère, Heerenveen, bruikleen van een particuliere collectie (catalogus 2025, nr. 25-209)

Slootje met overhangende dopheide, 1914. Museum Belvédère, Heerenveen, bruikleen Ottema-Kingma Stichting (catalogus 2015, nr. 25-248).

Mankes schrijft op 19 oktober aan Pauwels dat het bezoek goed is verlopen, er zijn zaken gedaan.43 Uit een kladbrief van Mankes aan Jan (gedateerd 3 november 1914), als reactie op een (niet bewaard gebleven) brief van Jan44, blijkt dat die niet onverdeeld gelukkig is met de nieuwe richting van Mankes’ werk. Kennelijk mist hij ‘de fijnheid’ van zijn eerdere werk en vreest ook dat de klanten van het nieuwe werk minder gecharmeerd zullen zijn. Mankes probeert in de brief zijn standpunt uit te leggen: ‘Dat mijn aard ‘fijnheid’ is, daarvan ben ik zelf ook diep overtuigd’. ‘Het gevaar dat in fijnheid ligt nml verslapping wil ik echter ontgaan …’.

Het nieuwe werk van Mankes zal Jan niet meer exposeren. Hij overlijdt, nog onverwacht, op 12 januari 1915.45 In het familie-archief bevinden zich een brief van de verpleegster B. Dijkman d.d. 13 januari (‘Lieve mevrouw Schüller’) en twee ontroerende brieven van de geneesheer-directeur van het sanatorium, Johan (Hans) Schut (1877-1948). De eerste d.d. 13 januari 1915 gericht aan Zeer geachte Mevrouw Schüller, ‘Nog nooit heeft mij een heengaan zoo getroffen’ en de tweede van 27 januari gericht aan ‘Beste Lize’, ‘ik vind het waarachtig een voorrecht dat ik de laatste uren van hem kon verlichten’.46 Van de moeilijke tijden die de kunsthandel doormaakte door het uitbreken van de eerste wereldoorlog en de daarmee gepaard gaande economische crisis, heeft Jan slechts een klein deel meegemaakt. Uit correspondentie tussen Mankes en de directeur van de Larensche Kunsthandel Nicolaas van Harpen blijkt dat Van Harpen interesse heeft om van Kunsthandel Schüller een Haags filiaal van de Larensche Kunsthandel te maken.47 Die overname is niet doorgegaan, wel neemt Van Harpen een aantal kunstwerken van Mankes over. Uiteindelijk wordt het faillissement van Kunsthandel Schüller uitgesproken. Een deel van de kunstwerken wordt verkocht aan Kunstzalen d’Audretsch, op de Hooge Wal 16A in Den Haag, de zaak van Lise’s broer Herman. In het familiearchief bevindt zich de afrekening. Uit een kladbrief van Mankes aan Aty Brunt van 27 januari 191548 blijkt dat er plannen zijn om ten behoeve van het gezin van Jan Schüller een verloting te organiseren. Mankes wil daar graag aan bijdragen. Nadere gegevens daarover zij niet bekend. Bovendien wordt op 11 en 12 mei in Pulchri Studio een veiling gehouden49 waarin naast de nalatenschap van C. Schermer en de kunsthandel Mettes & Co ook werken van kunstzaal Schüller zijn opgenomen. Bij de ruim 200 veilingnummers staat geen herkomst vermeld. Er staat een aantal afbeeldingen in de catalogus. De catalogusnummers zijn vooralsnog niet te herleiden tot de collectie Schüller. Door Jans onverwachte overlijden en de daarna verwarrende tijden is het archief van de kunsthandel niet bewaard gebleven.50

2025

Bijlage 1

[Op briefpapier van de Holland-America Line, Twinscrew S. S. ‘’ Rotterdam”, net logo Netherlands American Steam Navigation Company]

De brief is op 27 oktober 1902 in Hoboken (New Jersey) gepost, daar was het kantoor van der HAL.

17 Oct 1902

Ben gisterenavond 10 uren naar bed gegaan en heb met tusschenpoozen vrij goed geslapen tot vanmorgen half acht. De kooi is goed en lang genoeg voor mij. ’s Nachts om ca 12 uur naderden we Boulogne, toen heeft het schip een tijd lang erg geslingerd. Zeeziek ben ik nog niet geweest. Boven aan dek in mijn stoel met plaid over mijn beenen en mooi boek is ’t het allerbest. Heden prachtig zonnig weder doch veel wind. Passeerden om 9 uur het eiland Wright met prachtig witte door de zon beschenen krijtrotsen. Nu varen we nog langs de Engelsche kust, doch heel ver er af. Van nacht komen we pas in den voll.. attl. oceaan. ’t Eten is uitmuntend alles warm. Vanmorgen aan ’t ontbijt had ik al gestoofd kalfsvleesch. En bij de koffie Beafsteak en varkenscarbonade. In de eetzaal heb ik ’t meeste last van de beweging zoodat ik nog niet met veel plezier gegeten heb, wat ‘k erg jammer vind. Voor ’t diner wordt hier niet extra gekleed. Vanmorgen hebben we weer gewhist in de rooksalon. Mijn sigaar smaakt me nog niet erg goed. Heerlijk dat ik de portretten van mijne kinderen bij mij heb. Wat zou ik nu niet geven voor een kus van mijn vrouw en jongens.

19 oct

Gisteren was de zee zeer onstuimig zodat ’t mij onmogelijk was in de salon te komen en ik mijn eten op dek liet brengen en niet schrijven kon.

Heden is ’t zondag die zich door niets heeft gekenmerkt dan dat we een nog uitgebreider Dinner-menu hadden.

Heb kennis gemaakt met Amerik. artist / illustrator / die mijn portret geteekend heeft. H. Newcomb, Savannah ..

20 oct.

’t Weder nog onstuimiger bijna niet mogelijk te schrijven. De meeste dames zijn ziek. Ik voel mij verre van lekker.

De hele afstand R’dam-NY is 3300 mijlen zoodat we ruim 300 mijlen per dag moeten maken om in 10 dagen over te zijn. Nu bij sterke N.W. tegenwind halen we echter geen 300 zoodat ’t wel allicht wat later zal worden tenzij de wind draait en ’t schip zijn schade kan inhalen. Thans slaan inderdaad (wat ik nooit geloofd had) de golven van voren af over het bovenste dek heen (hooger dan een huis). Overigens is het prachtig weder met mooie zonneschijn. De oceaan is grootsch.

21 oct.

Zee verbazend onstuimig. Golven slaan geregeld over ’t heele schip heen. ’t Is nu langzamerhand heel gezellig aan boord geworden. Vaste kaartclubjes. Geregeld 3 maal daags muziek aan boord. (ook o.a. bij het diner) Bij ’t ontbijt komt haast niemand. ’s Morgens zijn bijna alle dames zeeziek.

Heb voor ’t eerst ping-pong gespeeld. Heel aardig spel, waar niet veel in zit. Zijn nu circa op de helft van onze reis, de wind is nu achter, zoodat we veel harder lopen.

22 oct. Zware storm gedurende den geheelen nacht. Niemand aan boord heeft geslapen ook ’t bootpersoneel niet. Aan dek is het een prachtig gezicht op zee. Torenhoge golven slaan over ’t schip heen of heffen het op. Als ’t weder wat kalmeert zal er ten bate van de zeelui een smokingconcert worden gegeven, op initiatief van een Arik. acteur en actrice die aan boord zijn.

23 oct Van ’t concert zal wel bij gebrek aan medewerking niets komen. We zijn nu niet ver meer van NewFoundland, de storm is gaan liggen. ’t Is nog wel winderig doch overigens prachtig weder. Voel mij heel prettig en heb goede etenstrek. Vanmorgen is er bij het schip reeds een walvisch gezien. Bij NewFoundland / zegt men/ zullen we er verscheidene zien.

O kon ik toch zoo nu en dan mijn lief stelletjes een aan mijn hart drukken. Mijn engel met haar 3 lievelingen. Enfin elke dag verder van huis is een dag dichter er naar toe, ook weer.

25 oct. Gisteren avond was de zee vrij kalm zoodat er op verzoek der jonge dames een bal gearangeerd werd waaraan ik natuurlijk niet mee kon doen behalve bij een groote Amerik. ronddans (Virginia Reel) Daarna werd door alle heeren botje bij botje gelegd en een reuzen wijnbowlen [?] gemaakt die onder zeer gezelligen kout verorberd werd. Om half een was alles afgeloopen, behalve verschillende flirtations tusschen enkele jongelui (die soms heel, heel ver werden gedreeven). Morgen avond zijn we waarschijnlijk in New York en zullen dan wel maandag van boord gaan. Dezen brief sluit ik dus maar, zoodra we in den haven zijn komt een loodsbootje de brieven halen. Dag mijn lieve lieveling. Kus mijn kleine engeltjes en tante Mina eens van mij en voel je zelf eens heerlijk onder duizend kussen aan het hart van je man gedrukt.

Bijlage 2

Lijst van tentoonstellingen, georganiseerd door Jan Schüller

Jaar onbekend

Schilderijen en aquarellen van J. Hoynck van Papendrecht

Toon de Jong

Simplicissimus-tekeningen van diverse Duitse kunstenaars

Alfred Eats

Monotypes van F.J. Mansveld

Edzard Koning

S. Moulijn

Dirk Wiggers

-

Krijttekeningen van P.J.C. Gabriël, 1901

Werk van H.J. Haverman, 1903

Aquarellen en ontwerpen van Dr. C.H. Dee, 1903

Beeldhouwwerken van Toon Dupuis, 1904

Pastels van Izaak Israëls, 1904

Werk van C.A. van Waning, 1904.

Schilderijen van Willem E. Roelofs jr., 1905

Aquarellen, teekeningen en lithographiën van Theo van Hoytema, 1907

Kopergravures, monotypen, houtsneden en lithographiën van J.J. Aarts en Ant. Derkzen van Angeren, 1907

Werk van J.F. Obbes, 1908

Werk van Willy Sluiter, 1910

Schilderijen van Willem van den Berg, 1910

Werken van o.a. B. Schregel, oktober(?) 1910

Schilderijen en aquarellen van Moderne Hollandsche en Fransche Meesters [o.a. Jan Mankes], oktober 1910

Werk van Abraham de Miranda december 1910-januari 1911

Portraits-paysages-dessins et impressions de voyages en Hollande et en France par Carlo Siviero, 1911

Werk van Frits Mondriaan, 1911

Etsen en tekeningen van Théo Goedvriend 1 januari – 1 februari 1911; Schilderijen, 12 februari-5 maart 1911

Werken van M. Niekerk, 20 maart – 19 april 1911

Werk van Léon L’Hermitte en Jacob Dooijewaard, 4 febr.- 4 maart 1911

Werk van Jan Mankes, juli 1911

Lithographiën van Jean Véber, 29 juli-31 augustus 1911

Tekeningen enz. van Theo van Hoytema, oktober-november 1911

Muziekomslagen van Henri Fantin-Latour, december 1911

Henri Fantin Latour (1836-1904), La génie de la musique, 1881. Litho.
Museum Kröller-Müller, Otterlo.

Museum Kröller-Müller, Otterlo.

Werk van Jan Mankes, februari 1912

Etsen van M.A.J. Bauer, 1912

Schilderijen van Th.B. van Lelyveld, 23 februari-maart 1912

Schilderijen G. Altmann, 25 maart-april 1912

Werk van Walter Vaes en Jan Mankes, september 1912

Schilderijen door Theod. Goedvriend, 3-17 maart 1913

Werk van Jan Mankes, augustus 1913

Jan Mankes, Zelfportret met landschap, 1913.
Museum Arnhem.
Dit portret was te zien op de tentoonstelling van 1913. Het werd niet verkocht.

Werk van Jan Mankes en Chris Lebeau, Georg Hendrik Breitner e.a., februari 1914

Jan Mankes, schilderijen tekeningen etsen en houtsneden, september-oktober 1914

Jan Mankes (1889-1923), Moeder achter het huis, 1914.
Rijksmuseum Amsterdam.
Dit schilderij werd bij Schüller geëxposeerd in 1914. Het is waarschijnlijk een van de schilderijen die Mankes in 1914 aan Schüller in Nunspeet had laten zien. Het werd meteen verkocht.

Werk van Ferdinand Hart Nibbrig, 12 september-12 oktober 1914 (verlengd)

-

Schilderijen van E. Kalshoven-Biemans, David Schulman en Jan Mankes, De Larensche Kunsthandel, Amsterdam, 3-30 november 1912

-

Werk van Leo Gestel, Kunstzaal Schüller & Eisenloeffel, april 1913

Leo Gestel (1881-1941), Dame met grote hoed in prieel, 1913.
Frans Halsmuseum, Haarlem.
Dit schilderij stond in de etalage van de kunsthandel op het Plein tijdens Gestels eerste solotentoonstelling en was afgebeeld op de affiche.

Spotprenten Louis Raemaekers, Kunstzaal Schüller & Eisenloeffel, september-oktober 1913

Kunstwerken door Etha Fles, Kunstzaal Schüller en Eisenloeffel, september-oktober okt. 1913

Werk van Willem Paerels, Kunstzaal Schüller en Eisenloeffel, november 1913

-

In 1908 en 1909 organiseerde Jan Schüller een tentoonstelling in Pulchri Studio

Simon Maris (1873-1935), ‘Isabella’, ca. 1906
Rijksmuseum Amsterdam.
Dit portret werd in de tentoonstelling in Pulchri Studio in 1908 door Schüller geëxposeerd onder de titel ‘Negerinnetje’. Later is gebleken dat de kunstenaar zelf het schilderij de titel Isabella had gegeven. Of dat haar echte naam was, is onbekend.51

Literatuurlijst

-F.G. Waller, Biographisch Woordenboek van Noord-Nederlandse Graveurs, ’s-Gravenhage, 1938
-Pieter A. Scheen, Nederlandse beeldende Kunstenaars 1750-1950, ’s-Gravenhage, 1969
-Jan Mankes Prenten en tekeningen, Catalogus Rijksprentenkabinet, Rijksmuseum Amsterdam 1982
-A. Ligthart, ‘Jan Mankes en de Larensche Kunsthandel’, Jong Holland 6 (1990), 1, pp. 7-19
-Annette Stott, HollandGekte. De onbekende Nederlandse periode in de Amerikaanse kunst en cultuur, Amsterdam 1998
-Chris Stolwijk, Uit de schilderswereld. Nederlandse kunstschilders in de tweede helft van de negentiende eeuw. Leiden, 1998
-J.F. Heijbroek en E.L. Wouthuysen, Portret van een kunsthandel. De firma Wisselingh en zijn compagnons, 1838 – heden. Zwolle, 1999
-Kokky Beumer, De Singers & de Dooijewaards. De geschiedenis van een vriendschap. Zwolle 2001
-Alied Ottevanger en Caroline Roodenburg-Schadd, Jan Mankes 1889-1920. Zwolle, 2007
-J.F.A. de Lange, ‘Het bezoek van een Amerikaanse kunsthandelaar aan Jan Mankes in de zomer van 1913’, RKD Bulletin, 2012, nr. 2, p. 116-120
-Jan de Lange, Jan Mankes. Een kunstenaarsleven in brieven 1910-1920. Den Haag, Zwolle, 2013. De digitale editie uit 2015 heeft o.a. aanvulling bij Jan Schüller
-Margot Jongedijk/Lies van de Beek, Nunspeet Kunstenaarsdorp. Zwolle, 2019
-Rémon van Gemeren, Jan Mankes. Schilder van tederheid. Zwolle, 2020
-Jan Mankes. Mooie dingen zijn zoo eenvoudig. Catalogus tentoonstellingen Museum Arnhem en Museum Belvédère, Heerenveen, 2025 .

  1. Van zijn uitingen als kunstenaar is slechts weinig bewaard gebleven; in familiebezit zijn twee etsen van hem en een drietal aquarellen.↩︎
  2. De Lange, 2012, p. 116↩︎
  3. Stolwijk, 1998, p. 326↩︎
  4. Bron: Haarlems Bevolkingsregister↩︎
  5. Zie voor Therus Schüller De familie Schüller. Dat betrof allereerst natuurlijk de relatie met de fa. Goupil, maar ook de contacten met de familie Artz en de fa. Van Wisselingh. De weduwe van D.A.C. Artz richtte in 1893 in Den Haag kunsthandel Maison Artz op op de Laan van Meerdervoort 91. Met haar zoon Tony reisde Jan in 1904 naar de Wereldtentoonstelling in St. Louis (USA). E.J. van Wisselingh vestigde in 1884 zijn kunsthandel op Buitenhof 48 in Den Haag; hij stuurde meubels naar de Wereldtentoonstelling in St. Louis in 1904 (zie Heijbroek/Wouthuysen, 1999, p. 150).↩︎
  6. De naam van het eerste woonadres is in het Bevolkingsregister niet te lezen, wel het nummer: 126. Uit andere bronnen is op te maken dat het 2 [de] Schuytstraat 126 moet zijn.↩︎
  7. In Amerika bestond veel belangstelling voor de werken van de schilders van de Haagse School, ook voor het ‘tweede échalon’ met schilders als Poggenbeek, Blommers, en Bastert. Een belangrijke verzamelaar was George Eastman, de uitvinder van het Eastman-Kodak-procédé, die in Rochester woonde (zie Stott, 1998, p. 28, 29). Onder andere door tentoonstellingen in de Rochester Memorial Art Gallery werd daar de bekendheid van de Nederlandse kunst vergroot. Het kan zijn dat Schüller bij Eastman op bezoek is geweest toen hij Rochester bezocht.↩︎
  8. De Rotterdam was het derde schip met die naam, in 1896 gebouwd en in 1897 te water gelaten. Er was aan boord o.a. ruimte voor 212 eersteklas, 112 tweedeklas en 837 derdeklas passagiers (emigranten). Het had 90 bemanningsleden. Het schip heeft tot 1906 voor de HAL gevaren, is daarna verschillende malen verkocht en in 1918 getorpedeerd bij de Bermuda’s.↩︎
  9. De Potsdam was in 1900 gebouwd en heeft tot 1915 voor de HAL dienst gedaan; het schip zonk in 1941 en werd zes jaar later gesloopt. Het schip was veel groter dan de Rotterdam: er was o.a. plaats voor 282 eersteklas passagiers en maar liefst 1800 derdeklas passagiers (emigranten). Het had 255 bemanningsleden.↩︎
  10. Zie bijlage 1 voor de transcriptie van een brief aan Lise, tussen 17 en 25 oktober aan boord geschreven en op 27 oktober in Hoboken (New Jersey), waar het kantoor van de HAL was, gepost.↩︎
  11. De Woningkaart van Plein 22A (Haags Gemeentearchief) geeft als datum 7 juli 1903, geeft een aantal namen van dienstpersoneel en meldt als inwonende mejuffrouw J.L. Schuller, hoogstwaarschijnlijk ‘tante Mina’. Het pand huisvest nu een café en een aantal appartementen.↩︎
  12. Nu een dependance van de Tweede Kamer. Het pand lag gunstig ten opzichte van de ministeries en waarschijnlijk telde Schüller heel wat ambtenaren tot zijn klanten.↩︎
  13. In het pand is nu (2025) een restaurant gevestigd en erboven zijn zes appartementen.↩︎
  14. Informatie over de relatie Jan Schüller/Jan Mankes is beschikbaar dankzij de correspondentie van Mankes met zijn maecenas A.A.M. Pauwels en klad- en conceptbrieven van Mankes aan Jan Schüller. Zie De Lange, 2013. Volgens de nieuwste catalogus van Mankes’ werk (Arnhem/Heerenveen, 2025), opgesteld door Jan de Lange hebben maar liefst 19 schilderijen als herkomst Kunsthandel J.C. Schüller (nrs. 31, 33, 34, 43, 47, 53, 54, 57, 61, 76, 78, 80, 92, 102, 113, 116, 117, 123, 208) en dat zijn niet de minste: Torenvalk (nu in Heerenveen), Aronskelken (particuliere collectie), Avondlandschap met maan (nu in Museum More), Zwarte kraai (nu in Museum Arnhem), Moeder achter het huis (nu in het Rijksmuseum Amsterdam).↩︎
  15. J.H. de Bois, Jan Mankes in memoriam, Van Kunst en Kunstenaars, 28 april 1920, p. 114.↩︎
  16. Zie Meet me in St. Louis op deze website.↩︎
  17. Tony (Anthony Theodoor Artz (1883-1941) was de zoon van de schilder D.A.C. Artz en Helene O.W.A. Schemel die in 1893 in Den Haag een kunsthandel, Maison Artz, had opgericht.↩︎
  18. De foto’s waarop kunstwerken herkenbaar zijn afgebeeld zijn in de jaren ’90 geschonken aan het Rijksmuseum; van die foto’s zijn reproducties gemaakt. De originele foto’s zijn helaas op dit moment (2025) onvindbaar. In 2010 zijn ook de overige foto’s, het diploma en het officiële fotoboek over de wereldtentoonstelling met o.a. afbeeldingen van de paviljoens aan het Rijksmuseum geschonken. Een deel van de foto’s is te raadplegen op de website van het Rijksmuseum.
    Documentatie uit het familie-archief in relatie tot Jans werk als kunsthandelaar zijn gedigitaliseerd door het RKD – Instituut voor kunstgeschiedenis en op hun website te raadplegen onder Archives.↩︎
  19. De Lange, 2012, p. 116↩︎
  20. Zie Beumer, 2001, p. 39.↩︎
  21. In het bezit van F.C. Schüller, Leiden .↩︎
  22. Over de relatie Mankes – Schüller zie Ottevanger en Roodenburg-Schadd, 2007, De Lange, 2013 en Van Gemeren, 2020. Documentatie over Jan Schüller als kunsthandelaar uit het familie-archief is digitaal beschikbaar op de website van het RKD - onder Archieven.↩︎
  23. Zie De Lange, 2013.↩︎
  24. Zie bijlage 2.↩︎
  25. Zie Jong Holland, 1990.↩︎
  26. Louis Schüller had al vroeg een uitgesproken talent voor tekenen; helaas is vrijwel niets van zijn werk bewaard gebleven.↩︎
  27. Zie De Lange, 2012↩︎
  28. Zie catalogus Rijksprentenkabinet, 1982 en Van Gemeren, 2020, p. 112↩︎
  29. Correspondentie tussen Van Harpen (directeur van de Larensche Kunsthandel) en Jan bevindt zich in het Amsterdamse Stadsarchief, in het archief van de Larensche Kunsthandel dat daar bewaard wordt↩︎
  30. Zie Heijbroek/Wouthuysen, 1990, p. 240, noot 119.↩︎
  31. Zie bijlage 2.↩︎
  32. De Lange, 2013, brief 200.↩︎
  33. De Lange, 2013, brief 226.↩︎
  34. De Lange, 2013, brief 265.↩︎
  35. Sanatorium Erica, opgericht in 1903, was een sanatorium voor eersteklas patiënten. Oprichters waren vader en zoon Schut. Johannes Schut sr. (1849-1926) was arts in Nunspeet, zijn zoon Hans (1877-1948) werd geneesheer-directeur van het Sanatorium.↩︎
  36. De Lange, 2013, brief 267.↩︎
  37. Zie voor de concepten van Jan Mankes’ brieven aan Jan Schüller: De Lange, 2013, pp. 672, 680, 681, 683, 685-687.↩︎
  38. De Lange, 2013, brief 274.↩︎
  39. De Lange, 2013, brief 274.↩︎
  40. De Lange, 2013, Bijlage II.19.↩︎
  41. De Lange, 2013, brief 276.↩︎
  42. De Lange, 2013, Bijlage II-19, noot 5.↩︎
  43. De Lange, 2013, brief 276.↩︎
  44. De Lange, 2013, Bijlage II.23.↩︎
  45. Een doos met condoleancekaartjes en briefjes, waarvan een deel afkomstig van kunstenaars, is geschonken aan het Rijksmuseum ten behoeve van de kunstenaarsdocumentatie. Te raadplegen op de website van het Rijksmuseum onder Jan C. Schüller.↩︎
  46. Beschikbaar op de website van het RKD onder Archieven.↩︎
  47. De Lange, 2013, brief 282.↩︎
  48. De Lange, 2013, Bijlage II.29.↩︎
  49. De catalogus bevindt zich in het Haags Gemeentearchief.↩︎
  50. Op een veiling bij Sotheby’s Amsterdam op 16 oktober 2007 was een schilderij van Albert Roelofs, ‘Bruiloftsmorgen’, waarbij bij de herkomst werd vermeld: J.C. Schüller Fine Art Gallery, The Hague. Nader onderzoek zal waarschijnlijk nog meer van deze herkomsten kunnen opleveren.↩︎
  51. Lisa Lambrecht, ‘From young woman with a fan to Isabella: a rediscovered identity’, The Rijksmuseum Bulletin 68, 2020, pp. 157-163.↩︎