Schrijf- en denkwerk
De familie Schüller
Vanaf C.W. Schüller (VIIIg)1 tot en met generatie XI
Cornelis Woutherus Schüller (VIIIg) (1811-1880)
Als Cornelis Schüller, zoon van Christiaan Schüller (VIId)2, in 1836 in Steenbergen trouwt met Stephania Maria Wijnmalen (1815-1888), dochter uit een bekende Steenbergense familie, is dat het begin van een reeks huwelijken tussen Wijnmalens en Schüllers. Want in de jaren daarna trouwen ook Stefania’s drie broers met een Schüller: in 1837 Cornelis Wijnmalen (1810-1870) met Gerharda (1809-1884), de zuster van Cornelis Schüller, in 1841 Gillis Wijnmalen (1811-1900) met Petronella (1816-1886), een nicht van Cornelis, dochter van zijn oom Herman (VIIc) (1775-1836), en in 1842 Frans Wijnmalen (1814-1849) met Maria (1817-1889), de zuster van Petronella3. Het echtpaar Cornelis4 en Stephania Schüller-Wijnmalen komt dus te verkeren in een nauw met elkaar verknoopte familie en de onderlinge relaties waren ongetwijfeld sterk. Uit de beperkte correspondentie die van het gezin is overgebleven, spreekt een warme sfeer met veel belangstelling voor elkaar.
Cornelis was in 1811 geboren in Ellecom, waar zijn vader toen predikant was. In 1819 verhuist het gezin naar Steenbergen waar Christiaan dertig jaar lang dominee zal zijn.

Stefania Maria Wijnmalen (16 oktober 1818-Amsterdam 24 juni 1888) en Cornelis Woutherus Schüller (24 december 1811-Elkerzee 29 februari 1880)
In het familiearchief5 bevinden zich twee boeken met opschrift praemium (Annalecta Litteraria door I.G. Huschko, hoogleraar te Rostock, 1826, en Lysiae et Aeschinis Orationes Selecta, door Dr. J.H. Bremi, 1826), die Cornelis kennelijk als gymnasiast in Hattem heeft gekregen in 1827 en 1828. Waarom Cornelis in Hattem het gymnasium bezocht is niet bekend. Cornelis wordt lid van de Vrijwillige Jagers der Utrechtse Hoogeschool6. Daaruit is op te maken dat hij, net als zijn vader, in Utrecht gestudeerd heeft. Uit het feit dat hij later predikant werd, blijkt dat hij student in de theologie moet zijn geweest. Tijdens zijn studietijd is hij – zoals veel studenten – actief in de Tiendaagse Veldtocht van 1831. Dat blijkt uit twee condoleancekaartjes bij zijn overlijden in 1880 waarop sprake is van ‘wapenbroeder’ en ‘krijgsmakker van 1830’ en uit een herinneringskruis7 in het familiearchief. In de vestingstad Steenbergen werden veel studenten-vrijwilligers ingekwartierd; waarschijnlijk kon Cornelis dus dicht bij huis blijven.


Stefania Maria Wijnmalen en Cornelis Woutherus Schüller, ca. 1860. Foto’s van C.F. Cordes, ‘s-Hertogenbosch en Haarlem.
Cornelis wordt in 1836 – het jaar van zijn huwelijk - beroepen tot Nederlands Hervormd predikant8 in Kruisland, vlakbij Steenbergen (1836-1845)9. In Kruisland worden de eerste kinderen geboren: Cornelis (Kees) in 1838, Jacomina (Mina) in 1840, Jan (IXd) in 1842 en Woutherus (Therus) in 1844.

Jacomina Louisa Schüller (7 februari 1840-15 december 1911), ca. 1860, ‘tante Mina’10.
In 1845 wordt hij beroepen in Elkerzee op Schouwen-Duiveland. Elkerzee was een gemeente van landbouwers, waar een groot standsverschil bestond tussen de grote boeren en de arbeiders. De kerk was ruim een eeuw daarvoor, in 1742, op kosten van de provincie herbouwd; aan de voorkant van de kerk bevond zich de school11. De pastorie stond enige huizen van de kerk vandaan12.
In Elkerzee wordt in 1846 Gillis geboren, in 1851 Lodewijk (Louis) en in 1853 Anna Suzanna (Santje). Een advertentie uit 184913 meldt het overlijden van een pasgeborene: ’Het lieve KIND, eene maand geleden ons geschonken, werd reeds heden weder van ons opgeëischt’ (12 januari 1849).
De onrust in de Nederlandse Hervormde gelederen tussen rechtzinnigen en ‘modernen’ ging kennelijk ook aan Elkerzee niet voorbij, blijkens twee briefjes in het familiearchief waarin lidmaten van Cornelis aangeven niet meer naar de kerk te komen, ‘van weegens dat uwe Leer die gij leert met onze Leer Niet overeenkomt’, schrijft er een.
Cornelius Wilhelmus Schüller (1838-1862) en Gillis Pieter Schüller (1846-1862)
De oudste zoon, Kees (geb. 1838), wordt stuurman. Bekend is dat hij in 1862 aanmonstert op de Jan de Witt, onder kapitein F. Guijt, een schip dat troepentransporten naar Indië verzorgt. Aan boord is ook zijn jongere broer Gillis (15 jaar oud), als scheepsjongen.
In het familiearchief bevindt zich een brief van Gillis die hij op 11 oktober 1862 schreef in Batavia14, twee dagen voor hun terugreis naar Nederland. Uit die brief blijkt dat ook broer Jan (zie hieronder) zich op dat moment in Batavia bevindt, als officier in het Oost-Indische leger. De brief is in Nederland aangekomen, het schip met de beide Schüller-broers niet: het is onderweg vergaan, waarschijnlijk omstreeks 6 november 1862.15 Bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank Zierikzee van 28 december 1869 wordt hun overlijden officieel bevestigd.16

Cornelius Wilhelmus (Kees) Schüller (rechts) en Gillis Pieter Schüller (links). Foto C.J. Korsten, Zierikzee, waarschijnlijk gemaakt in 1862, kort voordat ze samen naar Indië gingen
Jan Alettus Schüller IXd (1842-1876)
De tweede zoon, Jan, laat zich op 18 november 1857 aanwerven bij het Koninklijk Werfdepot in Harderwijk. Het lijkt erop dat hij daarna naar Kampen is vertrokken17 voor een opleiding tot officier. In 1861 vertrekt hij met de Johannes Anthoniussen naar Indië; hij is dan sergeant.
Jan kan tot zijn Indische militaire carrière geïnspireerd zijn door een neef van zijn moeder, Gillis Pieter de Neve, die al sinds 1845 in het Nederlandsch-Indisch leger actief was en daar opvallend carrière maakte.18 In de periode 1869-1872 was hij als kolonel commandant van de derde militaire afdeling op Java en als zodanig waarschijnlijk ook commandant van Jan. In het familiearchief bevinden zich twee kleine mapjes met tekeningetjes en ‘knutselwerkjes’ die Jan kennelijk van zijn familieleden meekreeg, de eerste bij zijn vertrek naar Harderwijk of Kampen en de tweede bij zijn vertrek naar Indië. Voor het eerste boekje maakt zijn oudste broer Kees een aquarelletje van de kerk in Elkerzee (1857).19
Jan is achtereenvolgens gelegerd in Batavia (1861-64), op Borneo (1864-66?), waarschijnlijk weer te Batavia (1866?-70) en op de Molukse eilanden (per 13 september 1870). Hij wordt op 6 juli van dat jaar benoemd tot 1 [e] luitenant infanterie in het Oost-Indische leger.20 Op 10 november 1871 krijgt hij twee jaren verlof tot herstel van zijn gezondheid. Hij was in 1870 op 18 mei in Semarang getrouwd met Catharina (Toos) Moritz uit Haarlem.21
Hun zoon Jan (Xe) (voluit Jan Catharinus, dus genoemd naar zijn beide ouders) wordt op 17 april 1871 op Ambon geboren22. Na hun terugkeer in 1872 in Nederland vestigen Jan en Toos zich in Haarlem (Kennemerplein Wijk 6, nr. 772). Toos sterft daar op 7 juli 1872, 29 jaar oud. Jan wordt per 1 september 1873 uit de militaire dienst ontslagen wegens ‘ongeschiktheid voor de dienst’ met toekenning van een pensioen. Hij gaat met de kleine Jan (twee jaar oud) in Elkerzee bij zijn ouders wonen. In 1874/75 woont en werkt hij in Parijs, zo blijkt uit brieven die hij daarvandaan verstuurt (zie hieronder).
Woutherus Stephanus Schüller (1844-1874)
Over de opleiding van de derde zoon, Woutherus (Therus), is niets bekend. Waarschijnlijk begin jaren ’70 begeeft hij zich in de kunsthandel.23 Uit een brief van Vincent van Gogh24 vanuit Londen (21 juli 1874) blijkt dat hij (‘Schüller te Parijs’) werkte bij kunsthandel Goupil in Parijs. Dat moet het filiaal in de Rue Chaptal 925 zijn geweest omdat broer Jan op papier met dat briefhoofd een brief schrijft (zie hieronder). Wanneer Therus naar Parijs gegaan is, is niet bekend26. Tijdens zijn verblijf in Parijs wordt Therus in het najaar van 1874 zwaar ziek, waarschijnlijk tuberculose. Inmiddels (1874) zit Jan ook in Parijs, het doel van zijn verblijf daar is niet bekend. In een brief spreekt hij van ‘mijn kantoor’ en ‘aanvragen‘. Had zijn werk iets te maken met de afwikkeling van de Frans-Duitse oorlog? In brieven aan zijn ouders in het familiearchief beschrijft Jan het ziekteproces van Therus. In een brief van 4 november 1874 (op briefpapier van Goupil) over de slechte gezondheidstoestand van Therus, een brief van 7 november over de dood van Therus (dominee Schüller was op 6 november naar Parijs gereisd om bij zijn stervende zoon te zijn, maar hij kwam te laat). Verder is er een brief van 22 maart 1875 waarin hij een bezoek aan het graf van Therus beschrijft, op zijn verjaardag. De fa. Goupil had het graf op Père Lachaise betaald.27
Jan Alettus Schüller IXd (1842-1876) – vervolg
Jan keerde in 1875 of 1876 vanuit Parijs terug naar Elkerzee. Daar sterft hij op 10 december 1876, waarschijnlijk ook aan tuberculose, 34 jaar oud.
Lodewijk Jacob (1851-1917)
Van de vijf zonen Schüller is er nu nog maar één over: Lodewijk (Louis). Die heeft in Delft gestudeerd en is inmiddels civiel ingenieur. Over zijn leven en carrière is niet veel meer bekend dan dat hij van 1888-1892 directeur was van de Noord Hollandsche Tramweg Maatschappij en daarna van de Stoomtramweg ’s Bosch-Helmond in ’s-Hertogenbosch.28 Hij blijft ongetrouwd en overlijdt op 19 februari 1917 in ’s-Hertogenbosch.29
Jan Catharinus Schüller (Xe) (1871-1915)
De kleine Jan, bij de dood van zijn vader 5 jaar oud, groeit enige jaren op in het domineesgezin in Elkerzee, bij zijn grootouders en zijn twee ongetrouwde tantes, Mina en Santje. Zijn oom Louis stuurt hem aardige brieven waarvan een aantal zich in het familiearchief bevindt.
In 1880 overlijdt ds. Cornelis Schüller.30 Het blad van Zeeuwse N.H.-kerk31 publiceert een mooi In memoriam: ‘De gemeente verliest in hem een hartelijken vriend en een humaan leeraar, die zijn warm hart en helder hoofd aan de belangen zijner gemeente wijdde’. In het archief in Zierikzee bevindt zich een veilingcatalogus van een veiling op 1 november 1880 waarop ook het boekenbezit van ds. Schüller werd geveild. Het Archief in Middelburg bezit een Memorie van Aangifte van de nalatenschap d.d. 29 februari 1880 waaruit blijkt dat de nalatenschap bestond uit meubelen, kleren, goud en zilver en contant geld tot een waarde van 3.348 gulden. Daarvan afgetrokken werden de schulden over 1879 (328 gulden) en 1880 (46 gulden). Het restant werd verdeeld over de weduwe en zijn nog drie overgebleven kinderen: Louis, Mina en Santje. In de memorie staat vermeld dat Louis als voogd van Jan Catharinus fungeert. De weduwe betaalt van haar deel de 60 gulden begrafeniskosten.
Waarschijnlijk heeft Cornelis’ weduwe kort de dood van haar man, in 1880 of 1881, Elkerzee verlaten.32 De pastorie moest natuurlijk ter beschikking komen van de opvolger van dominee Schüller. Volgens gegevens in het Stadsarchief Amsterdam woont zij in 1883 in Amsterdam, samen met Mina, Santje, Louis en Jan, op Marnixstraat 107. Jans zoon Therus (XIf) meldde in ca. 198833 dat zijn vader in Amsterdam de HBS had gevolgd. In het familiearchief bevindt zich een bericht dat Santje (Jans tante Anna Suzanna) in 1880 werd overgeschreven naar de Hervormde Gemeente te Amsterdam. De weduwe Schüller-Wijnmalen overlijdt in Amsterdam in 1888. Haar kleinzoon Jan is dan 17 jaar oud. In april 1889 wonen Mina, Santje, Louis en Jan op De Ruyterkade 95. Vandaar (in april 1889?) vertrekt Mina naar Wijk bij Duurstede, Santje naar Leeuwarden en Louis naar Veghel. Jan blijft in Amsterdam. Hij krijgt in 1891 vrijstelling van militaire dienst als ‘eenige zoon’. In het militieregister in het Stadsarchief Amsterdam staat dat hij kantoorbediende is, ook wordt zijn uiterlijk beschreven en wordt vermeld dat hij 1850 mm. lang is.
In 1896 (hij is dan 25) trouwt Jan in Amsterdam met Elisabeth (Elise, Lise of Lize, Lies) Audretsch. Lise was onderwijzeres of pianolerares. Haar vader was sigarenfabrikant met een bedrijf op Geldersekade 95. De familie met zeven kinderen woonde, volgens gegevens in het Stadsarchief Amsterdam, om de hoek, op Binnen Bantammerstraat 3. De panden bestaan nog steeds.
Gedichten gemaakt voor het huwelijk (1896) en het koperen huwelijksfeest (1909) geven informatie over beide echtelieden. Jan heeft Lise leren kennen via een vriend Hein [achternaam onbekend] die weer met de broer van Lise, Herman34, bevriend was. Jan werkt in die tijd bij de Twentsche Bank en (vanaf 1895?) bij Perry en Co (later Perry van der Kar), een winkel in sportartikelen in de Kalverstraat. Als adressen van de toekomstige echtelieden worden de De Ruyterkade en de Uilenlaan genoemd. Het jonge echtpaar is vaak verhuisd en heeft volgens het Stadsarchief Amsterdam tot 1900 gewoond op Jan Steenstraat 25 (1893), Nieuwezijds Voorburgwal 329 (nummering is sindsdien veranderd) (1894) en Van Lennepkade 39 (1896). In 1898 [?] verruilt Jan zijn baan bij Perry voor een functie bij Abraham Preyer, die een kunstzaal met de naam Pictura heeft in de Wolvenstraat op nr. 19. In 1897 wordt in Amsterdam dochter Theresia Antonia35 (Trees) geboren en in 1899 Lodewijk Jacob (Louis)36.

Trees, ca. 1899. Foto gemaakt door A. Greiner, Amsterdam. Trees en Louis, ca. 1901. Foto gemaakt door C.J.G. Vermeulen, Den Haag.
Op 2 mei 190037 verhuist het gezin voor frisse lucht38 naar Haarlem, naar de Duvenvoordestraat 66. Vanuit Haarlem verhuizen ze een jaar later naar Den Haag, omdat Jan gaat werken voor de Haagse vestiging van Preyer, Paleisstraat 2, tegenover Paleis Noordeinde. Het Haagse Bevolkingsregister meldt dat het gezin zich op 22 mei 1901 in Den Haag vestigt, ze worden op 23 mei ingeschreven.39 In het bevolkingsregister wordt ook ene Reinsje Lok genoemd, geboren in Ruigerhuizen, die uit Haarlem als dienstbode is meeverhuisd. Ook de namen van drie andere dienstboden worden in resp. ’03, ’08 en ’09 vermeld, alsmede de naam van Jannetje van Zalk, geboren in Zutphen, die van ’07 tot ’09 kinderjufrouw bij het gezin is. In Den Haag wordt in 1901 Cornelis Woutherus (Therus) geboren; het gezin woont dan waarschijnlijk op het adres 2 [de] Schuytstraat 126.
Het Bevolkingsregister vermeldt verder als achtereenvolgende adressen: Kepplerstraat 167, Plein 22A en Laan van Meerdervoort 398. Bij de adressen zijn geen jaartallen vermeld. Brieven van Jan uit oktober 1902 zijn geadresseerd aan de 2 [de] Schuytstraat. Een formulier van de brandverzekering in het familiearchief vermeldt het jaartal 1903 bij het adres Kepplerstraat 167. Een briefkaart van Jan aan zoon Therus, van 24 mei 1904, heeft als adres Plein 22A.
Daar, op Plein 22A, was Jan in 1903 een eigen kunsthandel (‘Kunsthandel J.C. Schüller’) annex lijstenmakerij begonnen40, in een winkelpand naast het Ministerie van Buitenlandse Zaken41. Of het pand ook als woonruimte voor het gezin heeft gediend is onduidelijk, hoewel zoon Therus (mondelinge mededeling) zich dat wel herinnerde. Misschien was het een tussenfase tussen het wonen in de Kepplerstraat en het betrekken van het nieuwe huis aan de Laan van Meerdervoort. In 1903 wordt in Den Haag Jan Alettus (Jan) geboren en in 1906 Anna Suzanna Christiana (Suze, Zus en later Sacha).

Van links naar rechts: Louis, Lize Schüller-Audretsch, Zus, Therus, Trees, vooraan: Jan, ca. 1908. Foto gemaakt door A.M.A. Susan & Co, Den Haag.
Volgens de familieoverlevering woont ook tante Santje (Anna Suzanna) enige tijd bij het gezin, vanaf wanneer en hoelang is niet bekend. Ze staat niet in het Haagse Bevolkingsregister ingeschreven en ook niet in de latere vestigingsplaatsen van het gezin. Op 28 april 1902 vestigt tante Mina (Jacomina Louisa) zich in Den Haag (op welk adres is niet duidelijk), ze wordt op 9 mei 1902 in het Haagse Bevolkingsregister ingeschreven. Als plaats van herkomst staat Wijk bij Duurstede vermeld. Het koperen huwelijksgedicht uit 1909 (zie boven) beschrijft haar nauwe betrokkenheid bij het gezin. Op een Nieuwjaarskaart met een afbeelding van het huis aan de Laan van Meerdervoort 398 van 2 januari 1910 staat ook haar handtekening. Vader Jan ontbreekt op de kaart, waarschijnlijk was hij op reis naar Amerika.
Het gezin Schüller heeft zich waarschijnlijk eind 1909 op dat adres gevestigd. Het huis42, een ruim woonhuis met twee verdiepingen zonder voortuin, maakte deel uit van de eerste uitbreiding van de Laan van Meerdervoort voorbij de Beeklaan richting Loosduinen, het begin van een operatie die de Laan van Meerdervoort uiteindelijk de langste straat/laan van Nederland zou maken. In 1909 was de overzijde van de Laan nog onbebouwd: daar lag een braakliggend duinachtig terrein met aan het eind de (nog steeds bestaande) beek. Het moet een heerlijk speelterrein zijn geweest voor de jonge Schüllers.
Op 12 september 1911 verhuist tante Mina van Den Haag naar Apeldoorn (om gezondheidsredenen?); het Haagse Bevolkingsregister vermeldt als haar nieuwe adres Pension Mariëndal op de Heutzlaan. Ze wordt op 12 oktober 1911 in het Apeldoornse Bevolkingsregister ingeschreven als afkomstig uit Den Haag en woonachtig in een pension43. Op 15 december 1911 overlijdt ze daar; het adres wordt aangeduid met AA 437.
In 1914 blijkt dat Jan, net als zijn vader en oom, tuberculose heeft. Hij wordt in Nunspeet44 verpleegd in het gerenommeerde Sanatorium Erica. Daar overlijdt hij, nog onverwacht, op 12 januari 191545. In het familie-archief bevinden zich een brief van de verpleegster B. Dijkman d.d. 13 januari (‘Lieve mevrouw Schüller’) en twee ontroerende brieven van de geneesheer-directeur van het sanatorium, Johan (Hans) Schut (1877-1948). De eerste d.d. 13 januari 1915 gericht aan Zeer geachte Mevrouw Schüller, ‘Nog nooit heeft mij een heengaan zoo getroffen’ en de tweede van 27 januari gericht aan ‘Beste Lize’, ‘ik vind het waarachtig een voorrecht dat ik de laatste uren van hem kon verlichten’.46
Van de moeilijke tijden die de kunsthandel door het uitbreken van de eerste wereldoorlog en de daarmee gepaard gaande economische crisis doormaakte heeft Jan slechts een klein deel meegemaakt. Na enige onderhandelingen met andere kunsthandelaren die niet tot resultaat leiden47, wordt kunsthandel J.C. Schüller in 1915 failliet verklaard.48 Uiteindelijk worden de kunstwerken die nog in de zaak waren verkocht aan Kunstzalen d’Audretsch, op de Hooge Wal 16 A in Den Haag, de zaak van Lise’s broer Herman. Op 11 en 12 mei 192=15 is er in Pulchri Studio een veiling49 waarin naast de nalatenschap van C. Schermer en de kunsthandel Mettes & Co ook werken van kunsthandel Schüller zijn opgenomen. Bij de ruim 200 veilingnummers is geen herkomst vermeld. Er staat een aantal afbeeldingen in de catalogus. De catalogusnummers zijn vooralsnog niet te herleiden tot de collectie Schüller.
De weduwe Schüller- Audretsch en haar kinderen
Hoewel Therus in het interview uit ca. 198850 meldt dat het gezin in Deventer heeft gewoond en dat hij daar op de HBS is geweest, lijkt dat onwaarschijnlijk. Zeker is dat Elisabeth Audretsch op 4 april 1916 van Den Haag naar Apeldoorn51 verhuisde52, als adres wordt vermeld Vijverlaan 1153. In het familiearchief bevindt zich een foto van dat pand met ervoor Therus en Jan met hun fietsen en een dienstmeisje bij de deur. Wellicht was het een pension, de foto draagt op de achterzijde het opschrift Villa Stabuin (?), waarschijnlijk in het handschrift van Sacha Schüller.
In het Bevolkingsregister van Apeldoorn staat als datum van inschrijving van Elisabeth Audretsch, weduwe J.C. Schüller 24 juni 1916; als plaats van herkomst wordt Den Haag genoemd, het adres is Vonderlaan 14. In het familiearchief bevindt zich een foto uit 1919 met daarop Lise Schüller-Audretsch, dochter Sacha en Marietje Driendijk, de latere vrouw van Louis, voor een (nieuw?) huis in de Vonderlaan, nr. 14.54
Trees vertrekt op 10 juli 1916 uit Den Haag naar Apeldoorn55, ook bij haar naam wordt als adres Vijverlaan 11 vermeld. In het Apeldoornse bevolkingsregister wordt ze op 1 augustus 1916 ingeschreven op het adres Vonderlaan 14; als plaats van herkomst staat wederom Den Haag vermeld. Het Haagse Bevolkingsregister vermeldt dat Louis op 28 september 1915 in Deventer gaat wonen, op het adres Ant. Hegiusstraat 2. Bekend is dat hij tot 1917 in Deventer aan de Tropische Koloniale Bosbouwschool heeft gestudeerd. Op 10 oktober 1917 wordt hij in Apeldoorn ingeschreven op het adres van zijn moeder, Vonderlaan 14. Het jaar daarop vertrekt hij als planter naar Nederlandsch-Oost-Indië (Sumatra’s Oostkust). Hij wordt in het bevolkingsregister niet uitgeschreven, dat gebeurt pas in 1920 (zie hieronder). Louis is, net als zijn vader, een vaardig tekenaar, helaas is weinig van zijn werk bewaard gebleven.
Of Therus meteen in april 1916 met zijn moeder naar Apeldoorn is vertrokken is onduidelijk, achter zijn naam in het Haagse Bevolkingsregister staat geen uitschrijving. In het Apeldoornse Bevolkingsregister wordt hij op 1 augustus 1916 (dezelfde datum als zijn moeder, Jan en Sacha) ingeschreven in Apeldoorn op Vonderlaan 14. Het Haagse Bevolkingsregister meldt van Jan en Sacha dat ze op 4 april 1916 naar Vijverlaan 11 in Apeldoorn verhuisden. Het gezin is maar kort bij elkaar. Trees gaat naar Indië en trouwt daar in 1919 met Johannes (Jo) Arensma; ze wordt pas op 12 februari 1920 in het Apeldoornse Bevolkingsregister als vertrokken naar Ned.O.-Indië vermeld. Therus vertrekt op 6 oktober 1919 uit Apeldoorn en gaat naar Leiden, waar hij indologie gaat studeren. Louis trouwt op 2 september 1920 (dus na het vertrek van moeder en broers, zie hieronder) in Apeldoorn met Maria Cornelia (Marietje) Driendijk en gaat naar Indië; hij wordt in het Bevolkingsregister al op 12 februari 1920 als vertrokken naar Ned.O.Indië vermeld.
In februari 192056 verhuist Lise met Sacha naar Leiden (Oegstgeesterlaan 16A, nu Boerhaavelaan), waar Therus studeert. Therus kan met de uitkering die hij als student Indologie krijgt het gezin voor een deel onderhouden. In 1922 trouwt Therus met Hendrine (Rini) van Rijn, een nichtje van zijn schoonzuster Marietje; het paar had elkaar in 1920 op de bruiloft van Louis en Marietje leren kennen. Ze vertrekken kort daarop naar Indië.
Jan is in Apeldoorn achtergebleven; hij is volgens het Bevolkingsregister van Apeldoorn sinds 24 juni 1918 in huis bij L.A. van der Leij en verhuist op 24 juli 1920 naar Leiden. In dat jaar (?) gaat hij naar de Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam. In 1922 wordt hij vierde stuurman bij de HAL en twee jaar daarna derde stuurman bij de Java-China-Japanlijn. Op een reis waarbij hij Java aandoet, ontmoet hij in 1925 in Semarang Annie Lips (geb. 1905) die op haar 18 [de] naar Indië was gegaan als onderwijzeres. Zij trouwen op 16 april 1927 in Tiandjoer. Jan wordt in 1927 planter in Indië, eerst op de theeonderneming Gedeh en vanaf 1930 op de thee- en rubberonderneming Maswati, beide in de Preanger. In 1940 wordt hij opgeroepen als reserveofficier bij de Koninklijke Marine en werd tewerkgesteld aan de Birma-spoorlijn. Na de oorlog gaat hij, na een half jaar verpleging in Bangkok wegens tb, naar Nederland en wordt tot 1951 verpleegd in Zonnegloren in Soest. Hij wordt in 1952 hoofdadministrateur bij het Ministerie van Defensie (marine) en gaat in 1968 met pensioen. Jan en Annie krijgen twee zonen, Jack en Robbert Jan. Jan overlijdt in 1980, Annie in 1994.
Vanaf 8 november 192257 woont Lise (‘grootma’) Schüller in een nieuwbouwflat op Klimopstraat 90 in Den Haag, vanaf december 1929 samen met Sacha, die, na de mislukking van haar huwelijk in Indië op 29 september 1928 met Duco Jan Zomerdijk, vanuit Indië naar Nederland (Den Haag) is teruggekeerd. Het Haagse Bevolkingsregister vermeldt wel haar terugkeer, maar geeft geen adres.
Trees en Jo Arensma emigreren in 1925(?) naar Amerika (Californië), omdat Trees slecht tegen het Indische klimaat kan. Ze heeft enige tijd gekuurd in Davos. Jo wordt in Californië aanvankelijk fruitkweker; later gaan Jo en Trees beiden werken bij de filmstudio’s in Hollywood. Volgens de familieoverlevering ontwerpt Trees daar filmkostuums. Hun dochtertje Elleke (waarschijnlijk geboren in 1919) was jong overleden (1921?). Trees overlijdt in 1945. Jo in 1985.
Louis en Marietje krijgen in 1922 een zoon, Eelco (overleden in 1996 in Den Haag). In 1935 scheidt Louis van Marietje die psychisch instabiel is. In 1935 hertrouwt hij met Bernardina Josephina Geertruida (Didi) Dingler (1906-2002). Ook zij krijgen een zoon: Lodi (1939-1975). Louis overlijdt in 1944 in een Japans interneringskamp.
Therus en Rini krijgen vijf kinderen: Mieke (1923-2017), Lies (1925-1975), Toos (1929-2013), Wim (1932-2022) en Ankie (1933-). Therus blijft tot 1950 in Indonesië. Rini keert na de oorlog in maart 1946 eerst met de kinderen terug naar Nederland, maar voegt zich medio 1946 weer bij Therus op Timor. In 1951 wordt Therus benoemd tot vertegenwoordiger van de UN in Libanon (Beiroet) en verhuizen zij daarheen. In 1954 keren ze terug naar Nederland. Therus werkt tot 1966 als directeur van de Landelijke Organisatie ter bestrijding van kanker (LOK). Rini overlijdt in 1977, Therus in 1989.
Lise Schüller-Audretsch overlijdt in 1950 in Den Haag. Sacha Schüller, tot haar pensioen werkzaam op het ministerie van Economische Zaken, blijft op de flat in de Klimopstraat wonen tot haar dood in 1983.
Laatste versie augustus 2025
Bijlage 1 - Transcriptie van een brief van Gillis Schüller
Aan boord het Nederlandsch
ijzeren klipper campagne fregatschip
Jan de Witt kapitein F. Guit Jr
Reede Batavia 11 Oct 1862
Lieve Ouders!
Voor de laatste maal zet ik mij neder om eens met Uliede te praten. Ik ben zoo gezond als een visch ik ben in het geheel nog niet onder dokters handen geweest.
Kees is ook nog steeds welvarende alleen heeft hij nog al eens last van verkoudheid. Doch nu zoude ik wel eens willen weten hoe het bij ulieden was ik hoop van goed. Kees is gisteren voor de tweede maal naar Jan geweest doch ik ben er koksgast van gebleven dat wil zeggen dat ik het genoegen heb niet heb mogen smaken van hem afscheid te nemen hetwelk mij zeer doet. Ik vind het vrij gemeen van de kapitein al ben ik jongen daarom ben ik toch mensch en het is voor mij als jongen even zoo genoegelijk bij zijn broeder te zijn als voor een stuurman. Kees zeide mij dat de kapitein het de eerste maal vergeten heeft doch daar ik zal ik niets van zeggen doch nu heeft hij het toch bepaald met opzet gedaan maar daar over nu genoeg want hoe langer ik er over denk
[p. 2]
hoe meer hekel ik aan kapitein Guit krijg. Ik ben nog [toe] altijd achteruit.
Vandaag zijn de passagiers aan boord gekomen namelijk Mijnheer Bosscher echtgenote en drie kinderen met een blaauwe meid wij zullen denkelijk overmorgen vertrekken dus ik reken in het laatst van February te huis te zijn namelijk zonder ongelukken. Vader. Moeder Mina Louis. Santje en onze portretten zijn mede de kust op geweest. Wij krijgen gepasporteerde onderofficieren mede. Gisteren is de Hofmeester uit het Hospitaal te Semarang alhier aangekomen hij wist ons te verhalen dat mijnheer Maller [?] in het hospitaal lag (te Semarang) mijnheer van Doorn is nog steeds welvarende. Ik mijn [?] horologe al bij den ….en mijne overhemden. De Heer die gelijk met ons van Brouwershaven is vertrokken is van daag naar Holland teruggekeerd Gisteren is de Cosmopoliet naar Holland vertrokken. Terwijl is dezen staan te schrijven heb ik een punt mannella cigaar in het hoofd dus niet weinig … niet waar
Hoe maken het de huisgenoten … en waaronder ook norretje [?] ….
[p. 3]
begrepen is Santje heeft zeker al een paar kousen voor mij klaar zeg haar maar eens dat wanneer ik te huis kom en ze zoet geweest is dat zij dan een wollen trui voor mij mag breijen. Moeder u moet maar de gansche maand February bokkingen in huis …… dat wanneer wij eens aan komen zetten wij des avonds een bokkingje kunnen knappen waar ik zulk een begeerte naar heb dat ik graag een gulden voor één bokking zoude willen geven doch dat is nog al ver vooruit gepraat doch ik hoop dat het er toch van komen zal. Nu lieve ouders weet ik niets meer te melden van Jan niet ik niets bijzonderheden ontvang dezen in denzelfden welstand waarin ik dezelve schrijf groet de gansche famillie … den … bekenden van en zijt zelve en gedachten .. … van
Uwen .. lief hebbenden Zoon G.P. Schüller kajuitsjongen
Adieu Adieu en niet alleen adieu maar heel zeer veel dikwijls adieu
In potlood op achterzijde:
Zoo even zond mij Kees deze ter verzending. Gisteren zijn zij gezeild (?) Ik .. snel Jan
-
Bijlage 2 - Transcriptie van een brief van Jan aan Louis
De Jongenheer Lodewijk
Jakob Schuller
te
Elkerzee
Kampen den 6 April 1858
Beste Louis!
Ik was zeer blij toen ik op mijnen verjaardag van u ook eenen brief kreeg. Ik dacht niet dat gij al zoo schrijven kondet. Ik dank u wel voor uwe gelukwensching. Hoe gaat het met Santje op school kan zij al het a, e, i. Ik zal u niet meer kennen als ik u zie met nieuwe schoenen, hoed en broek. Is Alina aangenomen. Gij zijt al ver in het rekenen en lezen is Kees Padmos ook zo ver. Ik zou u nog eens verschikkelijk veel, ja wel zes blaadjes vol maar ik heb geen tijd beste vent want het is al zoo laat dat ik naar bed moet.
Groet alle vrindjes van mij als ook Meester du …. En kus Santje wel duizendmaal van
Uwen broeder
‘JASchuller, Jong.l. Instr. BAT
-
Bijlage 3 - Transcriptie van brieven van Jan Schüller
[op briefpapier van Goupil & Co, Rue Chaptal, 9, Paris]
Paris, le 4 Nov r 1874
Beste ouders!
Omtrent de toestand van Therus mag ik u helaas geene gunstige tijding zenden. Hij schreef laatst dat hij zeer zwak was maar dat is verergerd en sedert gisteren is zijn toestand zoodanig dat hij zijn bed moet houden en de doctor bij hem is gehaald. Deze vindt zijn toestand zeer zorgelijk en heeft mij zulks mede gedeeld. Ik meld u dit omdat ik wel inzie dat het gevaar waarin hij verkeert niet te verbloemen valt. Laat ons echter nog het beste hopen? Misschien dat bepaalde rust hem goed doet.
[verso]
Ongelooflijk zwak is hij. Ik ben nu niet in staat meer te schrijven. Morgen nader en, zoo wij hopen, minder ongunstige tijding
Uwe Jan
Ik ben zeer zenuwachtig
-
Donderdagmiddag [7 november 1874]
Beste menschen
Sedert gisteren is de toestand van onze beste Therus zoo onrustbarend verergerd dat de doctor heden morgen alle hoop deed vervliegen en helaas is het dan ook gebleken dat hij vader niet meer heeft mogen zien. Om half twee is hij zacht en kalm en zonder eenig merkbaar lijden ingeslapen en is sedert gisteren avond slechts oogenblikken bij kennis geweest. Ik was zoo gelukkig dat vader gisteren komen zoude en nu heeft de mist belet dat hij Therus nog levend gezien heeft. Ik weet niet waar heen of wat te doen en laat ons maar denken dat hij ten minste uit zijn lijden en gelukkig is. Ik wou dat Vader hier was en zie zoo tegen ZE komst op. Lieve moeder hij was zoo gelukkig dat vader zou komen en stond er zoo bepaald op dat ik ZE zoude gaan afhalen. Hij had zich zoo gevleid om met vader mee te gaan naar Holland.
[verso]
Zijn sterfbed heeft mij weer zoo herinnerd aan dat van mijn lieve Toos, het was even kalm en rustig. –
Ik zie met angst vader tegemoet! Moest ik daar voor naar parijs gaan ?? Ik ben niet geschikt meer te schrijven van daag
Uwe diepbedroefde Jan
-
13.. 74
Monsieur,
M.M. Goupil ont décidé hier sur la proposition que je leur ai soumise qu’ ils commanderaient un entourage et une plaque commémorative pour le tombeau de votre regretté frère. Veuillez donc me faire parvenir les noms exacts de votre cher frère, et agréer l’assurance de ma considération distinguée.
Le Nussy
-
Parijs 22 Maart 1875
Beste menschen, Ik was zeer in mijn schik, zaterdag avond te huis komende een brief van huis te vinden. Ik vreesde al dat ik tot Paschen zou moeten wachten eer ik weer iets van Ul. Hoorde. Ook de inhoud deed mij plezier, daar ik er een goed gezondheidsbericht in vond.
Ik wil dan ook niet langer wachten met weer eens van mij te doen hooren en begin dezen nu maar op mijn bureau om hem van avond of morgen dan verder af te maken.
Met mijn gezondheid gaat het vrij goed. Het voortdurende koude weer maakt wel dat ik eigenlijk doorlopend verkouden ben maar het hoesten schikt nog al. Het is meest des morgens bij het opstaan dat ik er last van heb. Ik heb weer van die hoestpoeder moeten bestellen want de voorraad van dr. Looze was uitgeput.
Moeder kan gerust zijn dat ik geen enkele avond vergeet mijn … in te nemen. Het legio ledige fleschjes zou dit kunnen bevestigen. –
Met mijn werkzaamheden gaat het den ouden gang. Ik ga des morgens om 8 uur naar mijn kantoor en blijf daar tot de post sluit (half zes). Princeteau blijft nog altijd de hoop koesteren dat het met de aanvragen beter gaan zal. Ik heb hem Zaterdag eens gepolsd wanneer hij dacht het als gedaan te beschouwen doch merkte wel dat hij hier voor eerst nog geen plan had. Wij krijgen nog dagelijks nieuwe correspondentes.
[verso]
Gisteren ben ik daar het wel frisch weertje maar toch mooie zonneschijn was een naar het kerkhof Père la Chaise geweest om het graf van onze Therus eens te gaan zien. –
Na bijna een uur gezocht te hebben, heb ik het eindelijk gevonden. Dat ik zoo lang moest zoeken zal u niet verwonderen als u weet dat het kerkhof zo groot is als den geheelen Haag en bovendien wist ik wel zoo wat de plaats, maar vader zal zich wel herinneren dat bij zijn begrafenis wij op eene woeste opene plek waren en deze is nu geheel, man aan man, met tombes bezet. Zoodat de plaats voor mij onherkenbaar qwas. Ter grootte van het graf is er rond een stenen fondament gemaakt tot op ± een voet boven de grond en daar op is en net, stevig ijzeren hek geplaatst (1 meter hoog). Aan het einde van het graf is een staande steen waarop staat
Ce – git
Woutherus Stefanus Schüller
décéde le 7 Novembre 1874
dans son 30 e année
Binnen het hek zijn op het graf eenige palmboompjes geplant. De steen is van wit marmer en het hek natuurlijk zwart geverfd.
Het was een treurig bezoek op zijn jaardag.
Als U dezen krijgt is onze student zeker ook weer in de pastorie ingekwartierd. Ik zoude ook wel eens van de partij willen zijn maar zal mijn verlangen nog maar wat moeten opschorten. Dat de kleine smeerlap zoo gezond is doet mij groot plezier, als hij nu maar niet al te stout is ook, want stoute jongens worden nooit groot.
-
[Parijs, april 1875]
Lieve Jan,
Nu ge jarig zijt wil Papa niet vergeten je een briefje te schrijven om je met dezen dag te feliciteren. Als ik bij je was zoude ik je eens lekker pakken maar dat zullen Oopa, Ooma en de Tantes wel voor mij willen doen. Het is te moeielijk om je nu iets voor je verjaardag te sturen maar als papa naar je toe komt zal hij een cadeautje voor je meêbrengen.
Ge wordt nu al zoo groot dat ge zeker nooit meer driftig of stout zijt. Een jongen die al een broek draagt als Papa en Oom Louis en met galgen is nooit driftig of brutaal.
Hoe gaat het met je tuintje, groeit het er goed in en zijn de aarbeien nog niet rijp? Dan moet ge me toch vooral waarschuwen en dan zal ik zien of ik je kan komen helpen ze op te eten. –
[verso]
Je moet de menschen eens lekker voor mij kussen. Je hebt zeker van morgen uit je mooie glaasje een lekker borreltje van tante Santje gehad. Nu, Papa zal ook eens op je gezondheid drinken.
Wees lekker gekust door
Je liefhebbende
Papa
Een van de menschen zal dezen brief wel eens voor je willen voorlezen.
Afkortingen
CBG – Centraal Bureau Genealogie
NP – Nederland’s Patriciaat