Annemarie Vels Heijn

Schrijf- en denkwerk

Home Terug / Back

Vrouwelijke kunstenaars op de Wereldtentoonstelling in Amsterdam in 1883

De Wereldtentoonstelling

De Wereldtentoonstelling van 1883, officieel de Internationale Koloniale en Uitvoerhandel Tentoonstelling, werd van 1 mei tot 1 oktober gehouden op het Museumplein (toen nog IJsbaanterrein geheten) in Amsterdam.1 Het Rijksmuseum was nog in aanbouw en de bouw van het Concertgebouw moest nog beginnen.

Plattegrond van het tentoonstellingsterrein in de gids voor de Wereldtentoonstelling.
Rijksmuseum Amsterdam.

Galerij voor de Schoone Kunsten

Behalve industriële prestaties van een groot aantal landen, aandacht voor vreemde volkeren met onder andere een Javaanse kampong2 en een Surinaams dorp inclusief bewoners, was er ook een Galerij voor de Schoone Kunsten. Het gebouw aan de Van Baerlestraat, recht tegenover de toekomstige plek van het Concertgebouw, was tijdelijk en speciaal voor de tentoonstelling gebouwd en zal daarom redelijk primitief zijn geweest. Het reglement van de tentoonstelling vermeldde: ‘Alle schilderijen, van welken vorm ook: rond, ovaal, enz., moeten in vierkante lijsten geplaatst worden; lijsten van overdreven breedte of met te ver vooruitstekende versieringen moeten vermeden worden.’ De schilderijen werden, zoals toen gebruikelijk was, waarschijnlijk in rijen boven elkaar opgehangen. Er bestaan geen afbeeldingen of beschrijvingen van het interieur van de Galerij.

Rechtsboven de ingang van de Galerij der Schoone Kunsten. Een van de 16 platen in een mapje dat werd uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling. Het mapje bevatte ook de hier boven afgebeelde plattegrond.
Rijksmuseum Amsterdam.

Er waren steeds een aantal zalen voor de inzendingen uit Nederland, België en Frankrijk. Andere landen moesten het doen met één enkele zaal. Bij de Nederlandse inzending verscheen een catalogus3 waarin uitgebreid het ‘Bizonder Reglement voor de Fraaie Kunsten’ met 15 artikelen stond afgedrukt. In de verschillende Commissies (vijf, waaronder een Commissie voor het plaatsen der kunstvoorwerpen) en in de Jury voor toelating zaten uitsluitend mannen. Het zitting hebben in één van de commissies was kennelijk geen belemmering om ook werken in te zenden, want van een aantal commissieleden werden ook werken tentoongesteld. De in te zenden werken moesten uiterlijk 1879 vervaardigd zijn.

De verkoopprijzen werden genoteerd in een apart boek dat beheerd werd door een speciaal daartoe aangewezen persoon en dat op verzoek ingezien kon worden. Werken met een sterretje waren niet te koop. Omdat de tentoonstelling een verkooptentoonstelling was, werd ook steeds het huisadres van de kunstenaars vermeld, zo konden geïnteresseerde kopers direct contact opnemen. Die adressen zijn nu een interessante bron van informatie.4

Van de ca. 1 miljoen Nederlandse en buitenlandse bezoekers die de Wereldtentoonstelling bezochten, zal slechts een klein deel geïnteresseerd geweest zijn in wat er in de Galerij der Schoone Kunsten werd gepresenteerd. Aan de Nederlandse afdeling van de Galerij namen 179 kunstenaars deel met 326 kunstwerken, vooral schilderijen maar ook enkele werken op papier en beeldhouwwerken.

Vrouwelijke kunstenaars

In deze tijden is het natuurlijk interessant om te weten hoe de vrouwen op het Nederlandse deel van de Galerij der Schoone Kunsten vertegenwoordigd waren. Dankzij de catalogus is dat eenvoudig vast te stellen. Er werden in het totaal 47 werken getoond die waren vervaardigd door 29 vrouwelijke kunstenaressen. Wat kregen de bezoekers aan kunst door vrouwen te zien? Dat is slechts ten dele te achterhalen, want het grootste deel van de vrouwelijke inbreng (20) bestond uit stillevens met titels als Stilleven, Een glas met bloemen, Azalea, die moeilijk te herleiden zijn tot een concreet kunstwerk.

Onderstaande kunstenaressen lieten werk zien op de tentoonstelling.5

-Anna Abrahams (1849-1930), woonde op Koninginnegracht 64 in Den Haag. Een succesvol kunstenares die veel heeft geëxposeerd. Werk van haar bevindt zich in diverse musea.

1. Vaas met judaspenningen

2. Rozen

-Gerardina van de Sande Bakhuyzen (1826-1895), woonde op Nieuwe Haven 142 in Den Haag. Leerling van haar vader, ze werkte met haar broer Julius’ in hun vaders atelier aan de Nieuwe Haven. Vertegenwoordigster van de oudere generatie en een gewaardeerd schilderes van bloemstillevens in een losse stijl.

7. Een bouquet rozen

8. Gele rozen

Dit schilderij Gele rozen van Gerardina van de Sande Bakhuyzen in het Zeeuws Museum, Middelburg, niet gedateerd, zou het schilderij kunnen zijn dat in Amsterdam werd geëxposeerd.

-Mevrouw M. Bilders-van Bosse (1837-1900), gaf als adres alleen ‘Oosterbeek’ op. Behoorde met Johannes Bilders, met wie ze in 1880 getrouwd was, tot de groep schilders van de Veluwezoom die werkte in de stijl van de school van Barbizon. Had een grote productie van landschapschilderijen.

22. Boschingang

23. Dennengroepen te Wolfheze.

-Cina van Es (1849-1891), woonachtig aan de Laan Copes van Cattenburch 51 in Den Haag.

53. Chrysanthema en climatis

-Etha T.J. Fles (1857-1948), woonachtig op P.C. Hooftstraat 56 in Amsterdam. Studeerde in 1883 nog aan de Rijksakademie. Een vertegenwoordigster van de jongere generatie.

60. Een mans-portret

Het portret was, zoals aangegeven door een sterretje bij het catalogusnummer, niet te koop.

-Marie van Geuns (1851-1918), woonde op Ruysdaelkade 25, Amsterdam. Volgens Scheen beoefende zij het schilderen als liefhebberij.

66. Stilleven

-Jacoba A. de Graaf(f) (1857-1940), woonachtig op de Oost Zeedijk 136 in Rotterdam. In 1883 nog een beginnend schilderes, later producent van een veelzijdig oeuvre: bloemstillevens, portretten, interieurs en landschappen. Zij is de enige kunstenares van wie (zover bekend) de deelnemerskaart bewaard is gebleven. De kaart (iedere deelnemer kreeg er een) gaf vrij toegang tot de tentoonstelling.

67. Na de bui

-Adriana Haanen (1814-1895). Gaf als adres Oosterbeek op, zonder huisadres. Schilderde vooral stillevens.

69. Na de zomer

-Marie Heineken (1844-1930), woonachtig op Korte Prinsengracht (geen nr.) in Amsterdam. Begon als stillevenschilderes, maar ging later vooral stadsgezichten en landschappen schilderen. Exposeerde voor het eerst in 1882.

79. Stilleven

-Sara (Frederica) Hendriks (1846-1925), Utrecht (geen adres).

81. Vruchten

Dit zou het schilderij Stilleven met perziken en druiven uit 1881 kunnen zijn waarvan de catalogus All the Paintings van het Rijksmuseum uit 1973 een (slechte) zwart-wit foto biedt. Op de website van het Rijksmuseum staat geen afbeelding; het is mogelijk dat het schilderij vanwege de slechte staat uit de collectie is verwijderd. Het schilderij was een schenking van de weduwe van R. Baron van Lynden, née M.C. Baronesse van Pallandt. Baron van Lynden had in 1899 een deel van zijn belangrijke collectie, 41 werken, gelegateerd, zijn weduwe vulde in 1900 het legaat aan met een schenking van 45 werken.

Het zou kunnen zijn dat het echtpaar Van Lynden het schilderij van Sara Hendriks in 1883 op de tentoonstelling heeft gekocht. Het moet een van de mindere werken in hun collectie zijn geweest, die vooral uit veel bijzondere buitenlandse schilderijen bestond.

82. Dubbele japansche Camelia’s

-Adrienne Baronesse van Hogendorp-’s Jacob (1857-1920), woonachtig op Koninginnegracht 30, Den Haag. Leerling van Margaretha Roosenboom. Was in 1878 getrouwd met Dirk baron van Hogendorp en signeerde sindsdien met beide namen. Schilderde bloemen.

90. Chrysanthemum

In 1887 schreef criticus A. C. Loffelt deze lofrede op een schilderij met Chrysanthemums van haar: ‘Chrysanthemums’, een der modebloemen, zag ik zelden zoo meesterlijk gepenseeld en zoo gevoelvol en rijk van kleur, als die door mevr. Van Hogendorp ’s Jacob. Dit is in zijn genre een standaardwerk. Ik vind ze nog mooier, dan de ‘Magnolias’ door dezelfde talentvolle schilderes, maar dit ligt meer aan den aard der bloemen, dan aan de kunst, die evenzeer aan de voorstelling der magnolias besteed is. De techniek, vereischt om de Chrysanthemums te schilderen, trekt mij meer aan. Elke veeg is er éen en moet ‘aus einem Gusz’ op zijn plaats staan.’

91. Spaansche druiven

-Catalina (Cato) van Hoorn (1851-1939), met als adres Velp bij Arnhem.

93. Een glas met bloemen

Cato van Hoorn, Bloemen in een glas. Particuliere collectie. Wellicht het schilderij dat in 1883 te zien was.

-Bramine Hubrecht (1855-1913), met als adres alleen: ’s-Gravenhage. Studeerde in 1883 nog aan de Amsterdamse Akademie en stond dus aan het begin van haar carrière. Zou zich ontwikkelen tot een vooraanstaand schilderes van vooral portretten.

97. Vier speelgenoten

98. Portret van de architect P.J.H. Cuypers. Het portret was niet te koop.

Bramine Hubrecht, Portret van Pierre Cuypers (1827-1921). Verblijfplaats onbekend. Het portret moet tussen 1879 en april 1883 vervaardigd zijn.

-Mevrouw S. (Sientje) Mesdag-van Houten (1834-1909), Laan van Meerdervoort 9, Den Haag. Een vertegenwoordigster van de oudere generatie. In 1887 zouden zij en haar man Hendrik Willem in het pand naast hun woonhuis in Den Haag het Museum Hendrik Willem Mesdag stichten.

163. Achter Plantlust

Sientje Mesdag-van Houten, Achter de duinen, niet gedateerd. Voorheen Kunstmakelaardij Metzemaekers, Oirschot. Het duingebied bij villa Plantlust in Scheveningen was een geliefde schilderplek voor Sientje Mesdag. Dit zou het schilderij kunnen zijn dat op de tentoonstelling te zien was.

164. Vruchten

Sientje Mesdag-van Houten, Stilleven met appels en druiven, 1882. Mesdag Collectie, Den Haag. Wellicht het schilderij dat in Amsterdam getoond werd.

165. Azalia

-Wally Moes (1856-1918). O.Z. Voorburgwal in Amsterdam. Een vertegenwoordigster van de jongere generatie. Ze zat in 1883 nog op de Rijksakademie. In 1886 zou ze met Etha Fles naar Laren verhuizen waar ze de rest van haar leven zou wonen, schilderen en schrijven.

167. Contrasten

168. ’t Vliegend blad

169. Kinder-portret. Dit schilderij, eigendom van de heer C.J.J. Schmitz te Amsterdam, was niet te koop.

-Maria Molijn (1837-1932). Goudscheweg 75, Rotterdam.

170. Rozen

171. Gele rozen

-Suze Robertson (1855-1922), P.C. Hooftstraat 84, Amsterdam. Een vertegenwoordigster van de jongere generatie; het was de eerste keer dat zij exposeerde. Zou zich later in een andere stijl ontwikkelen met vooral figuren en stadsgezichten.

192. Stilleven, groenten

Suze Robertson, Groentestilleven. Dit schilderij in het Kunstmuseum in Den Haag zou, gezien de stijl en het onderwerp, het schilderij kunnen zijn dat op de tentoonstelling werd getoond.

-Henriette Ronner (1821-1909), woonachtig op de Chaussée de Vleurgat 51, Brussel. Een van de oudste en meest succesvolle kunstenaressen op de tentoonstelling. Vooral bekend vanwege haar talrijke schilderijen met poezen.

196. De juiste tijd

Henriëtte Ronner-Knip, De juiste tijd. Er zijn twee schilderijen met deze titel bekend. De verblijfplaatsen van beide zijn onbekend.

-Margaretha Roosenboom (1843-1896). Elandstraat 16, Den Haag. Een gewaardeerd stilleven schilderes.

197. Stokrozen en druiven

Margaretha Rooseboom, Stilleven met druiven. Dit stilleven zou het schilderij kunnen zijn dat werd geëxposeerd. Het schilderij is niet gedateerd. De huidige verblijfplaats is onbekend.

-Therese Schwartze (1851-1918), Prinsengracht 1091, Amsterdam. Misschien wel de meest succesvolle schilderes op de tentoonstelling, met al een belangrijke carrière, vooral als portretschilderes. De drie werken die ze exposeerde, waren niet te koop.

213. Sjoukje. Eigendom van de Heer van Eeghen, Amsterdam.

Thérèse Schwartze, Going to church. Russell-Cotes Art Gallery & Museum, Bournemouth (UK). Dit schilderij, niet gedateerd, van een vrouw in West-Friese klederdracht is waarschijnlijk het schilderij dat onder de titel Sjoukje werd geëxposeerd.6

214. Portret van Dr. F. te Utrecht

215. Portret van wijlen den Hoogleraar Kappeyne van de Cappello. Eigendom van de Universiteit van Amsterdam.

Portret van prof. dr. Nicolaas Jacob Bernard Kappeyne van de Coppello (1818-1882), rector Gymnasium te Amsterdam, buitengewoon hoogleraar klassieke letteren. Allard Pierson, Amsterdam.

-Bertha Valkenburg (1862-1929), gaf als adres Stadhouderskade 84 te Amsterdam op. Op dit adres was het Blindeninstituut gevestigd. De kunstenaresse was nog zeer jong. Er zijn geen werken van haar bekend.

239. Dames-portret. Het schilderij was niet te koop.

-S. van Venloen. Over deze inbrengster zijn geen gegevens bekend, volgens de catalogus (nrs. 245 en 245bis) schilderde ze bloemen op aardewerk.

-Gesina J.F. Vester (1857-1939), Heemstede. Dochter en leerling van de Heemsteedse schilder Willem Vester. Zij zou in 1886 trouwen met Nicolaas Andriessen, kreeg met hem zes kinderen waaronder de latere beeldhouwer Mari Andriessen en de componist Hendrik Andriessen. Hervatte het schilderen toen de kinderen het huis uit waren.

247. Koeien op weg naar de markt.

Gesina Vester, Leidsevaart bij Vogelenzang, ooit geveild bij Christie’s. Dit schilderij zou het schilderij op de tentoonstelling kunnen zijn.

-Maria Vos (1824-1906). Gaf als adres ‘Oosterbeek bij Arnhem’ op. Een van de oudste kunstenaars op de tentoonstelling, bekend vanwege haar stillevens in zeventiende-eeuwse stijl. Woonde 20 jaar in Oosterbeek met kunstenares Adriana Haanen in Villa Grada.

252. Stilleven

-Marie Wandscheer (1856-1936). Woonachtig op Singel 413, Amsterdam (een woning met atelier). Nu vooral bekend en geliefd vanwege haar bloemstillevens maar in haar jonge jaren bezig met historieschilderkunst die zich in de empiretijd afspeelde.

256. Toen grootmoeder jong was

257. De nalatenschap

258. Een diepzinnig gesprek

Wandscheer M.W. | Maria Wilhelmina 'Marie' Wandscheer, Overpeinzing, olieverf op paneel 45,2 x 26,6 cm, gesigneerd rechtsonder

Marie Wandscheer, Overpeinzing, voorheen Simonis en Buunk, Ede, huidige verblijfplaats onbekend. Misschien het schilderij ‘Een diepzinnig vraagstuk’ dat deel uitmaakte van de tentoonstelling. Een jonge vrouw lijkt in een bibliotheek in gesprek met een buste van Aristoteles. Zij heeft een boekje in haar hand.

Overige kunstwerken

Op de afdeling tekeningen nr. 273 een tekening met de titel Bloemen door Rosalie Bottenheim, Zwammerdamstraatstraat 29, Amsterdam en nr. 275 Schetsen met de pen van Cornelia van der Hart, Prins Hendrikstraat 10 in Den Haag. Van beide kunstenaressen zijn geen gegevens bekend.

Op de afdeling Beeldhouwkunst drie werken van Mevrouw Sara Stracké-van Bosse (1837-1922), de echtgenote van de beeldhouwer Frans Stracké die ook exposeerde. Het echtpaar woonde op Stadhouderskade 62. Volgens Scheen beeldhouwde Sara Stracké uit liefhebberij.

293. Kinderbuste in marmer

294. Kinderbuste in brons

295. Portret van Elisabeth Wolff, geb. Becker


  1. Ileen Montijn, Kermis van Koophandel. De Amsterdamse wereldtentoonstelling van 1883. 1983.↩︎
  2. Marike Bloembergen, De koloniale vertoning. Nederland en Indië op de wereldtentoonstellingen (1880-1931). Amsterdam 2002, pp. 59-112.↩︎
  3. http://rkddb.rkd.nl/rkddb/digital_book/201503680.pdf↩︎
  4. Zo ontdekte ik dat Anton Koster, ooit onderwerp van een boek en een tentoonstelling waaraan ik meewerkte, in 1883 in de Villa Preciosa aan het Scheveningse Park in Scheveningen woonde, in het vooraanstaande Van Stolkpark waar ook het echtpaar Kröller-Müller later zou wonen. Kosters woonplek, in 1875 als eerste huis daar gebouwd, werd voor de oorlog afgebroken, zoals meer villa’s in die buurt vanwege de aanleg van de Atlantikwal. Er bestaan helaas geen foto’s van de Villa Preciosa.↩︎
  5. De levensjaren zijn en andere gegevens door mij toegevoegd met dank aan de nog steeds onmisbare Pieter Scheen (Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950) uit 1981 en andere bronnen. De website van het RKD levert een deel van die gegevens ook. Een belangrijke bron is ook de website van Hanneke van Asperen, hannekevanasperen.nl.↩︎
  6. Een andere versie van het schilderij met een klein kind dat tegen de vrouw leunt en een kast op de achtergrond met de titel ‘Zou hij komen?’ inspireerde A.G.C. van Duyl, hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad, tot een feuilleton in het weekblad Eigen Haard in 1882 met de titel ‘Hoe Sjoukje aan haar man kwam’. Een prent van het schilderij staat afgebeeld op p. 353. De verblijfplaats van dat schilderij is onbekend. Thérèse Schwartze zou in 1906 Van Duyls echtgenote worden. In de collectie van het Rijksmuseum bevindt zich een prent met de kop van de vrouw die de titel Sjoukje draagt.↩︎