Annemarie Vels Heijn

Schrijf- en denkwerk

Home Terug / Back

Catharina Backer (1689-1766) - Voorstel voor een tentoonstelling1

In 2024 werd ik benaderd door de Backer Stichting met de vraag of ik wilde nadenken over een (kleine) tentoonstelling op basis van de collectie van de stichting, in bruikleen bij het Amsterdam Museum, te houden in het Backerhuis (zie Keizersgracht 565/576) in 2025 ter gelegenheid van 750 jaar Amsterdam. De keuze voor een onderwerp was niet moeilijk: die viel op Catharina Backer, bloementekenares en bloemstillevenschilderes. Uiteindelijk bleek het plan te ambitieus voor de locatie en de financiële mogelijkheden, maar het lijkt me jammer het denkwerk helemaal te vergeten. Dus hierbij een korte schets van de tentoonstelling.

Levensdata

Dochter van Willem Backer (1656-1731) en Madelena (Magdalena) de la Court (1662-1712). Trouwde in augustus 1711 met Allard de la Court (haar neef) en verhuisde naar Rapenburg 6 in Leiden. Heeft nadien vrijwel niet meer getekend en geschilderd. Kreeg vier kinderen. Twee overleden jong, haar dochter Sara overleed op 23-jarige leeftijd, haar zoon Pieter (1722-1775) was geestelijk zwak.

Portretten

Huwelijksportretten van Catharina2 en Allard de la Court (1688-1755) door Arnold Boonen (1669-1729), ca. 1712, in de Backer Collectie. Catharina is afgebeeld als schilderes met bloemen en een schildersezel met een schilderij.3 Getekend portretje in Album Backer4 op 70-jarige leeftijd, 1759

Ze heeft niet in het Backer-huis gewoond. Haar ouderlijk huis aan de Fluwelen Burgwal, nu Oudezijds Voorburgwal 237, is kennelijk na de dood van haar vader in 1731 in 1736 afgebroken en herbouwd, of grondig verbouwd.

Werk

In de Backer Collectie bevinden zich een album met 250 tekeningen van Catharina, volgens een opschrift alle getekend voor Catharina’s huwelijk in 1711, een map met tekeningen en een groot aantal losse tekeningen.

Willem van Mieris, schilder van een paar Backer-portretten, wordt wel als haar leermeester genoemd, maar die zat in Leiden. Wel had hij daar tussen 1694 en 1736 een tekenacademie.

Catharina heeft ook schilderijen gemaakt. Het artikel in Resources heeft het over 11 schilderijen [in haar nalatenschap], twee zijn er met name genoemd, een in Museum de Lakenhal, Leiden, een in het Hallwylska Museet in Stockholm, een collectie in het begin van de 20ste eeuw bijeengebracht door Wilhelmina von Hallwyl (1844-1930) (gedateerd 1712)5. In 2021 werd het schilderij aldaar getoond op een kleine tentoonstelling, samen met een werk van Rachel Ruysch uit de collectie.

Het schilderij in Museum De Lakenhal, Leiden.

Het schilderij in het Hallwylska Museet in Stockholm.

Op internet (www.album-online.com) staat een afbeelding van een gesigneerd schilderij van Catharina. Navraag heeft geen verblijfplaats opgeleverd.

Literatuur

-Catharina Backer in: Resources Huygens Institute. Resources.huygens@knaw.nl.
-Id. Wikipedia (Engelstalige versie!).
-C.W. Fock, ‘De stillevens van Catharina Backer of de verdrijving van de melancholie’ in: Jaarboekje voor Geschiedenis en Oudheidkunde van Leiden en omstreken 72, 1980, pp. 73-86.
-Bulletin Backer Stichting 2007, pp. 1-7.
-Benjamin Roberts, Through the keyhole. Dutch child-rearing practices in the 17th and 18th centuries. Three urban elite families, 1998, pp. 117-122.
-Sam Segal, Geloof in natuur. Bloemen van betekenis, 20-12, p. 73.
-Lisa Kloosterman, Een onderzoek naar het tekeningenalbum uit 1722 van Catharina Backer. Bachelorscriptie Vrije Universiteit Amsterdam, 2019.
-Karen De Meyst, Catharina Backer (1689-1766) Opleiding van een Dilettante. Masterscriptie Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, 2012.
-Nina Reid, ‘Boeken-Bloemen-Backer / Catharina Backer’ in: Gouden vrouwen. Van kunstenaars tot verzamelaars, 2020, pp. 16-21, ook op https://artherstory.net/books-blooms-catharina-backer.
-Annemarie Vels Heijn, Ode aan Catharina Backer. Website Een Ode. Vrouwen van Amsterdam. Website Amsterdam Museum, 2025.
-Emma van Bijnen e.a., Vrouwen van Amsterdam, 2025, pp. 184-185.

Tentoonstelling

Aandacht voor Catharina levert twee interessante Amsterdamse invalshoeken op. Beide zijn goed te illustreren met beeldmateriaal, eventueel deels te tonen in reproductie. Uiteraard zal er ook aandacht moeten zijn voor de persoon van Catharina.

  1. Hortus Botanicus

Het kan haast niet anders of Catharina heeft aan het begin van de achttiende eeuw (een groot deel van) haar botanische tekeningen gemaakt in de Hortus Botanicus. Op een aantal van de tekeningen staat vermeld dat ze ‘naar het leven’ getekend zijn. In de bescheiden tuin van het ouderlijk huis op de Fluwelen Burgwal zal geen plaats zijn geweest voor bijzondere planten.

De Hortus Botanicus in de Plantage (Artsenij-Hoff) was in 1682 opgericht door Jan Commelin en Joan Huydecoper, ter vervanging van tuinen in de binnenstad. In de eerste tien jaar werd de tuin uitgebreid met een overvloed aan exotische planten. Er bestaat een prent van de plattegrond van de Hortus van Bastiaan Stoopendaal uit 1692 voor Caspar Commelin, Beschryvinge van Amsterdam, 1693. Een latere versie van de prent bevindt zich in de collectie van het Rijksmuseum.

Catharina zal in de Hortus contact hebben gehad met Hortus-tekenaar en apotheker Jan (Johannes) Moninckx (1647-1714) die de opdracht had gekregen de planten in de Hortus in aquarel vast te leggen6. Resultaat is de z.g. Moninckx-atlas in Allard Pierson (9 delen): Afteekeningen van verscheyden vreemde gewassen in de Medicijnhoff der stadt Amsterdam. De Atlas bevat 273 tekeningen van Jan Moninckx, 101 van zijn dochter Maria (1673-1757), 13 van Alida Withoos (dochter van bloemstillevenschilder Matthias Withoos) en nog enige anderen. Van Alida Withoos (1661/2-1730) bevinden zich een paar tekeningen in de Backer Collectie.

De arts Frederik Ruysch, die o.a. hoogleraar botanie was, gaf wekelijks colleges gaf in de Hortus en was de vader van de bloemstillevenschilderes Rachel Ruysch (1664-1750). Ook zuster Anna Ruysch (1666-1754) schilderde bloemstillevens (tot haar huwelijk in 1688). Er wordt aangenomen dat zowel Rachel als Anna in de Hortus studies voor hun stillevens hebben getekend. Dat brengt Catharina in de wereld van de familie Ruysch7. Het is verleidelijk aan te nemen dat Catharina van een van de zussen Ruysch schilderles heeft gehad. Haar schilderij in Stockholm, met zijn asymmetrische compositie tegen een donkere achtergrond, toont overeenkomsten met het werk van Rachel Ruysch. Rachel Ruysch werkte in 1711 voor Pieter de la Court (ca. 1618-1685), Catharina’s oom en sinds augustus 1711 schoonvader.8

Dus: de Hortus als een plek waar volop getekend werd. Hoe ging dat? Bij de bedden, in de kas? Planten of afgesneden bloemen? De veranderlijkheid van de bloemen. Materialen: zwart en rood krijt, pigment opgelost in water/arabisch gom (verfdozen bestonden nog niet).

Literatuur

-D.O. Wijnands, E. Zevenhuizen, Een sieraad voor de stad, 1994
-Jan Commelin en de oprichting van de Hortus op library.wur.nl.

Tentoonstelling

De tekeningen vormen mooi en grotendeels onbekend tentoonstellingsmateriaal. CHECK: ingeplakt? Voorafgaand zou het interessant zijn Catharina’s botanische tekeningen stuk voor stuk goed te bekijken en ze te vergelijken met de Moninckx Atlas. De Moninckx-Atlas is digitaal beschikbaar.

  1. Tekenonderwijs

Catharina maakte serieus werk van haar opleiding tot tekenares/schilderes. Er bevinden zich in de Backer Collectie een gebonden boek met 250 tekeningen en een map een groot aantal studies van haar, onder andere van onderdelen van het menselijk lichaam. Ook een paar studies naar naaktmodellen (gipsen beelden?)), de Laocoongroep en de Venus van Milo naar een prent, kopieën naar werk van de schilder Willem Mieris die Backer-portretten heeft geschilderd. Van Mieris gebruikte prenten naar ivoorsnijwerk van Francis van Bossuit (overleden in 1692) als voorbeeld. Ook die naam wordt bij de tekeningen van Catharina genoemd. Die prenten werden pas in 1727 gepubliceerd.

Hoe was het tekenonderwijs in Amsterdam geregeld voor de oprichting van de Stadstekenacademie in 1718. En hoe was dat voor meisjes. Waren er voorbeeldboeken, gipsmodellen?

Zie bv. Gerard de Lairesse, Het groot schilderboek, Amsterdam 1707. Dat bevat ook een hoofdstuk over bloemstillevens. De Lairesse was ca. 1690 begonnen met het geven van colleges aan huis in de Spinhuissteeg. Hij verzamelde een aantal geïnteresseerden en leerlingen om zich heen, die hij tegen betaling een of twee keer per week zijn ideeën onderwees. De dictaten zijn verzameld door een van zijn drie zonen, geïllustreerd met gravures en in 1707 uitgegeven. Vele herdrukken volgden.

Afbeeldingen van Romeinse sculptuur o.a. in Cornelis van Dalen I en II, Eigentlycke afbeeldinge van honderd der allervermaerdste statuen …., 1648-1679.

Literatuur

-Paul Knolle, ‘Amsterdamse stadstekenacademie’ in : Kunstonderwijs in Nederland. Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek, 1979.
-Jaap Bolten, Dutch and Flemish Drawing Books 1600-1700, 1985.
-Elizabeth Honig, ‘The Art of ‘Being Artistic’ in Woman’s Art Journal, 2002, p. 35 (via Researchgate).
- Lisa Kloosterman, Een onderzoek naar het tekeningenalbum uit 1722 van Catharina Backer. Bachelorscriptie Vrije Universiteit Amsterdam, 2019.

Tentoonstelling

Ook deze tekeningen vormen interessant expositiemateriaal, zeker in combinatie met meer gegevens over het leren tekenen omstreeks 1700. Het zou interessant zijn Catharina’s studietekeningen nauwkeurig door te nemen en te kijken of ze te herleiden zijn tot bv. gipsafgietsels, voorbeeldboeken en andere voorbeelden.9

  1. De persoon Catharina

Over het leven van Catharina voor haar huwelijk in 1711 is niet veel bekend. Haar leven in Leiden in het enorme pand aan Rapenburg 6 in Leiden met de uitgebreide kunstverzameling van haar man en het in en uitgaan van kunstenaars, verzamelaars en anderen, is interessant, maar te weinig Amsterdams. Anders dan wel eens wordt gesteld, schijnt ze na haar huwelijk nauwelijks meer getekend en geschilderd te hebben. Van invloed van de collectie van haar man op haar werk zijn dus geen tekenen zichtbaar. In het Familie-archief Backer in het Stadsarchief Amsterdam bevindt zich de briefwisseling van Catharina met haar ouders (1711-12) (nr. 790) en brieven van Willem Backer aan zijn dochter (1724-1731) nr. 791. De correspondentie schijnt heel dierbaar te zijn en er zijn ook opmerkingen over haar schilderen. Catharina leed aan ‘melancholie’.

Tentoonstelling

Brieven tonen en (deels) transcriberen en toelichten voegt een element toe dat aan het publiek zeer besteed is.

-

Te betrekken instellingen

Hortus Botanicus Amsterdam, Allard Pierson/Artis Bibliotheek, Stadsarchief Amsterdam


  1. Ingediend bij de Backer Stichting en het Amsterdam Museum, 2024.↩︎
  2. Een Amsterdamse familie in beeld, 2011, p. 45 stelt dat Catharina’s portret na de geboorte van haar eerste kind is geschilderd, is 1713 gedateerd.↩︎
  3. Een Amsterdamse familie in beeld, afb. 39a-b↩︎
  4. Een Amsterdamse familie in beeld, afb. 36↩︎
  5. Een Amsterdamse familie in beeld, afb. 41↩︎
  6. Luuc Kooijmans, De doodskunstenaar, 2004, identificeert op pp. 167 en 330 de apotheker Jan Munnicks (1671-1708), vanaf 1694 de echtgenoot van Pieternella Ruysch, als de maker van de aquarellen, maar dat berust op een vergissing (informatie van Erik Zevenhuizen – 15 januari 2024 - via Hans Mulder van de Artis Bibliotheek).↩︎
  7. Over zowel Rachel, Anna Ruysch, Alida Withoos en Maria Moninckx staan beschrijvingen in de Resources van het Huygens in Instituut. Resources.huygens@knaw.nl. Aan Rachel Ruysch is Kunstschrift 2000, nr. 1 gewijd. Zie ook: Anne Mieke Backer, Er stond een vrouw in de tuin. Over de rol van de vrouw in het Nederlandse landschap, 2016, pp. 185-210 Vrouwen in de botanie, p. 208 over Catharina Backer, pp. 204-205 over Alida Withoos.↩︎
  8. Luuc Kooijmans, De doodskunstenaar, 2004, p. 328.↩︎
  9. Uit toelichtingen op twee tekeningen van Catharina Backer op Hart Amsterdam, de website van het Amsterdam, blijkt dat er in 2028/2019 studenten in het project Tekeningen in focus bezig zijn geweest met onderzoek naar deze tekeningen van Catharina Backer. Zie ook de Bachelorscriptie van Lisa Kloosterman (literatuurlijst).↩︎