Annemarie Vels Heijn

Schrijf- en denkwerk

Home Terug / Back

Collectie Tulpen

In mei 2025 mocht ik in de studiezaal van het IISG (International Instituut voor Sociale Geschiedenis het Tulpenboek ui de collectie van het Nederlands Economisch Historisch Archief (NEHA) (Bijzondere Collecties nr. 254) bestuderen. Het boek is digitaal raadpleegbaar op de site van het NEHA (www.neha.nl) onder Collecties maar er gaat niets boven zo’n boek in het echt te zien. Mijn bestudering leidde tot de volgende observaties, die afwijken van de beschrijving op de website van het NEHA.

Het Tulpenboek werd, voor zover bekend, in 1917 door het NEHA verworven en was vermoedelijk afkomstig uit een Britse collectie. De tekening van de tulp Viceroy op bladzijde 37 heeft een annotatie in het Engels. Op het schutblad van de voorzijde van het omslag staat met potlood Kildare.

Het boek bestaat uit een aantal verschillende onderdelen die ooit een keer geheel of gedeeltelijk gezamenlijk ingebonden zijn. In de negentiende eeuw is het geheel opnieuw ingebonden in een rode band met gouden decoratie. Het formaat is 302 x 196 mm. Het boek werd in 2024 gerestaureerd door Herre de Vries van Restauratie Nijhoff Asser in Amsterdam. Vanwege de negentiende-eeuwse band is niet goed te zien hoe het boek is samengesteld, of het bestaat uit katernen of losse bladen die samen zijn ingebonden. Het lijkt te bestaan uit vijf onderdelen die hieronder worden aangeduid met A, B, C, D en E.

De bladen zijn deels recto, deels recto en verso voorzien van botanische tekeningen van verschillende herkomst en met groot verschil in kwaliteit. Een groot deel van de tekeningen is ingeplakt of opgeplakt. De nummering van de bladzijden gaat tot 100, de laatste 16 bladzijden zijn niet voorzien van een nummer.

Laatste bladzijde

Op de laatste, ongenummerde, bladzijde recto staan teksten in drie verschillende handschriften.

De bovenste regel in handschrift 1 is onleesbaar door beschadiging.

Handschrift 1

76 tulipa genomen stuc 5 sts - 19-0-

46 allerley Bloemen elc 5 sts 11-10-

30-10-

Daaraan toegevoegd in handschrift 2: 122 gemact by Mr. Jacob van Swanenburch

Handschrift 2

Opten 12 marty 1639 zyn myn geschonken van een neef van Mr Adriaen van Witvelt, schilder ende die gestimeert yder blat op coste comt - 8-0

Comt - 38-10

Handschrift 3

Is bij mij in vendue gecoft opden 3en Januarij 1647 voor 37:0:0

Op basis van deze annotaties is aangenomen dat de tekeningen op de 100 genummerde pagina’s zijn vervaardigd door Jacob van Swanenburg (1571-1638) en de tekeningen op de laatste 16 pagina’s door Adriaen Witvelt (1585-1638). De tekeningen in het boek vertonen echter minstens een tiental handen zodat die toeschrijvingen alleen al om die reden geen stand houden (zie verder onder kunstenaars).

Registers

Voorin het boek, op ongenummerde bladzijden na bladzijde 1, bevinden zich twee registers: een voor de tulpen en een voor de andere bloemen, steeds in twee kolommen. De 16 bladen achterin zijn niet in het register opgenomen, hetgeen aannemelijk maakt dat het register is opgesteld in de periode voor de overdracht van die bladen in maart 1639. Kennelijk zijn de bladzijden toen genummerd. Het handschrift van de nummering en het register lijkt op handschrift 2. De eerste regel bovenaan, in handschrift 1, is grotendeels onleesbaar door schade. Nog te lezen: Tulipa 16371.

Onderdelen

Het boek lijkt te bestaan uit vijf onderdelen van verschillende omvang en herkomst. Hier aan te duiden met A t/m E.

A.

Deel waarvan de bladzijden recto genummerd zijn van 2 tot en met 45. Er is een nr. 32 en 32a. De nummers 35 en 36 zijn verwisseld. Ingeplakt blad genummerd 36 is ingeplakt op blanco bladzijde 35, id. met nr. 38 op 37, id. 39 op 38, id. 40 op 39, de bladzijden genummerd 42, 43, 44, 45 zijn ingeplakt op op bladen zonder bladzijdenummer. Op de voorste bladzijde is het schutblad van de negentiende-eeuwse band geplakt. De bladzijden zijn voorzien drie verschillende groepen botanische tekeningen.

  1. Op het tweede blad zijn twee klein formaat tekeningen van anjers (recto/verso)2 geplakt, getekend in een zeer verfijnde stijl.

  2. Tekeningen van tulpen, op de recto genummerde bladzijden (nrs. 4 t/m 32a, 33, 34, 37, 41). De tekeningen lijken van verschillende handen te zijn. Het formaat van de bloemen verschilt en o.a. ook de gebruikte verf. De schilderstijl van een deel van de tulpen is robust. Er is op een aantal bladzijden gebruik gemaakt van Arabisch gom waardoor de kleuren glanzen. De tulpen op bladzijde 3 t/m 21 hebben wel een steel maar geen blad, die op bladzijden 22 t/m 30, 32, 32a, 33, 34, 37, 41 hebben geen steel. De tekening op bladzijde 32 is gedateerd 1631, die op bladzijde 37 (Viceroy) is gedateerd 1630 en heeft het opschrift sold for 70.000 guilders. Omdat in een aantal gevallen de verf van de tekening heeft afgegeven op de verso van het blad van de tekening ervoor (nrs. 23 op keerzijde 22, 29 op keerzijde 28, 32a op 32, 33 op 32a, 40 op 39) moet aangenomen worden dat deze tekeningen niet op losse bladen zijn gemaakt maar in een reeds bestaand tekenboek. De bladen hebben soms (verschillende) watermerken en in een paar gevallen een afwijkende structuur. De meeste bladen zijn redelijk dun en hebben een zichtbaar rasterpatroon. Op bladzijde 15 staat een tekening in grafiet. Aangenomen moet worden dat alle tekeningen zo’n ondertekening hebben, de meeste hebben ook schaduwen in grijs. De tulpen hebben een naam, geschreven in een andere stijl dan de inhoudsopgave. Geen naam hebben de tulpen op bladzijden 12, 24 en 30.

  3. Op blanco bladen van het tekenboek zijn op bladzijde 31 en vanaf bladzijde 36 t/m 39 en 4 bladzijden zonder nummer tekeningen van tulpen òf aan de linkerrand ingeplakt òf opgeplakt. Op bladzijde 31 een tekening genummerd 31, op bladzijde 35 nr. 36, op bladzijde 37 nr. 38 geplakt, op bladzijde 38 nr. 39, op bladzijde 39 nr. 40 en op de bladen zonder nummer tekeningen genummerd 42 t/m 45. De stijl van de tekeningen is dramatisch en grover dan bij 2, de tulpen hebben een steel en blad en een grondje onderaan het blad. Het papier van de tekeningen is grover. De tulpen hebben geen naam, de tulp op ingeplakte bladzijde 43 heeft een tekst in het Latijn in een handschrift dat ook in katern D voorkomt.

B.

Een deel met bladzijden recto genummerd 46 t/m 59 met tekeningen van tulpen. De tulpen hebben stelen en blad. De tekenstijl is verfijnder dan die van katern A-deel 2. De tulpen hebben namen.

C.

Dit deel lijkt gebruikt te zijn om restanten in te plakken. Het heeft bladzijden recto genummerd 60 t/m 77 met ingeplakte tekeningen van tulpen, deels in de stijl van A-3. Op bladzijde 62 en 63 een klein ingeplakt vel met de tekening van een tulp in een andere stijl, zonder naam. De stijl van de tulp op de bladzijden 65-67, 69, 70-74 en 76 lijkt op de stijl van een deel van de tulpen in A-2. Ze hebben een blad dat later door verschillende handen toegevoegd is. Na een ongenummerde bladzijde een tulp in de stijl van A-3. De tulpen hebben geen namen.

D.

Een katern van bladzijden genummerd 77 (bladzijde 77 komt twee keer voor) t/m 100, gebruikt als plakboek voor tekeningen verschillend formaat van allerlei bloemen, deels ingeplakt, deels opgeplakt, grotendeels zowel recto als verso. De tekeningen zijn vervaardigd door groot aantal verschillende handen, van zeer wisselende kwaliteit. De 77 recto en verso, 78 verso hebben een tekst in het Latijn in hetzelfde handschrift als A-3-43. Ook veel andere tekeningen hebben een naam in het Latijn.

Na bladzijde 100 ligt een losse tekening, behorende bij de serie A-3. Deze tekening is in de digitale versie ingevoegd als een ongenummerde bladzijde na bladzijde 77.

E.

Een deel ongenummerde bladen met bloemen, insecten en vruchten in gouache door een anonieme kunstenaar of meer waarschijnlijk twee of drie anonieme kunstenaars, steeds recto.

Aan de ‘Collectie’ zijn toegevoegd: drie later aangekochte (in 1929 en onbekend) losse bladen, tweemaal tulpen (eenmaal gedateerd 1646), eenmaal anjers (gedateerd 1628) die geen relatie hebben met de oorspronkelijk set.

Kunstenaars

Op basis van de tekst op de laatste bladzijde is aangenomen dat onderdeel A van de hand is van Jacob van Swanenburg3 (1571-1638). Dat is moeilijk te verifiëren omdat van Jacob van Swanenburg weinig werk bekend is en dat dat werk bovendien geen relatie heeft met de tulpentekeningen. Jacob van Swanenburg was de zoon van de succesvolle Leidse kunstenaar Isaac van Swanenburg [.] die bovendien actief was in het stadsbestuur. [.] Bekend is dat Jacob omstreeks 1591 naar Italië is vertrokken en daar ruim 20 jaar heeft verbleven en zich pas in 1618 weer definitief in Leiden vestigde. Zijn grootste claim to fame is dat hij volgens stadsgeschiedschrijver Jan Jansz Orlers Orlers in zijn Beschrijvinge der stad Leyden, 1641 omstreeks 1620 de leermeester is geweest van Rembrandt. Het aan Jacob toegeschreven oeuvre bestaat onder andere uit een aantal schilderijen met hellevoorstellingen en een tekening van een feestend gezelschap. Ook is het mogelijk dat hij heeft meegewerkt aan decoratie van het stadhouderlijk kwartier op het Binnenhof met o.a. ‘blompotten’.4

Voor zijn auteurschap van een deel van de tulpentekeningen zou kunnen pleiten dat ze waarschijnlijk grotendeels in de Hortus botanicus in Leiden zijn getekend, dat Jacob vanaf 1618 tot zijn dood in 1638 in Leiden woonde en dat zijn broer Willem de graveur was van de befaamde prent van de Hortus botanicus uit 1610.5

Willem van Swanenburg, Hortus botanicus, 1610. Rijksmuseum, inv. RP-P-1893-A-18089

Uit de tekst op de laatste bladzijde van het ‘Tulpenboek’ zou men kunnen opmaken dat de tekeningen van allerlei bloemen (D) ook van de hand van Van Swanenburg zijn. Die toeschrijving is niet houdbaar omdat de tekeningen zeer wisselend van aard en kwaliteit zijn. Het lijkt of iemand at random allerlei botanische tekeningen heeft verzameld en die (voor 1639) heeft toegevoegd aan de Tulpencollectie.

Op basis van de tekst op de laatste bladzijde is aangenomen dat Adriaen van Witvelt de maker is van de tekeningen op de laatste 16 pagina’s (deel E). Dat is nog lastiger te verifiëren dan het auteurschap van Van Swanenburg omdat de enige informatie van Van Witvelts kunstenaarsschap de vermelding is in het Leidse huwelijksregister als hij in 1616 trouwt met Meyntje van Swanenburch [familielink met Jacob van Swanenburg is nog niet gevonden]. Er is geen werk van hem bekend. Hij werd waarschijnlijk geboren in 1577, overleed in 1638 en woonde in Leiden. Zijn neef en leerling was de Leidse genreschilder Johannes van Oudenrogge (overleden 1653), die de neef zou kunnen zijn die in de tekst op de laatste bladzijde genoemd wordt.6

Nadere omschrijving van de onderdelen

Onderdeel A

Bij de 74 tulpentekeningen zijn verschillende handen te onderscheiden, van wisselende kwaliteit. Op de tekeningen van bladzijde 3 t/m 30 hebben de tulpen vrijwel altijd een aanzet van een steel, soms in potlood. De tulp op bladzijde 15 is slechts een potloodschets. Op de tekeningen van bladzijde 23 t/m 59 is in de meeste gevallen is de naam van de tulp toegevoegd. Vanaf bladzijde 60 ontbreken de namen van de tulpen.

Het is bekend dat in tulpenboeken de tulp getekend werd door de beste schilder en dat stelen en blad en eventueel een grond vaak werd toegevoegd door mindere talentvolle kunstenaars. Dat is bij de tulpen op bladzijde 31 en vanaf 36 bladzijde 36 t/m 77 veelvuldig gebeurd, de kwaliteit van de toevoegingen is matig en zeer wisselend; er lijken zeker 6 handen te onderscheiden te zijn. Op de tulpentekeningen vanaf bladzijde 46 tot en met 59 lijken de toevoegingen, gezien hun kwaliteit, gemaakt te zijn door de tekenaar van de tulp zelf.

Datering

Op het eerste blad verso, ongenummerd, staat in potlood het jaartal 1637. De tulp op bladzijde 32 heeft in potlood de naam van de tulp en het bijschrift naert leven7 en het jaartal 1631. De tekst is in pen herhaald. De tulp op bladzijde 37 heeft het jaartal Ao 1630.8

Herhalen en kopiëren

Twee afbeeldingen van tulpen komen twee keer voor: de tulp op bladzijde 45 wordt herhaald op bladzijde 68, die op bladzijde 61 op bladzijde 75. De tulpen op bladzijden 11 (Wit en purper van Jeroen), 45/68 (zonder naam), 61/75 (zonder naam) komen ook voor in The Great Tulip Book9 in de verzameling van het Norton Simon Museum in Pasadena (VS). De tulp van bladzijden 45/68 (zonder naam) heet daar Kamelot van Wena, de tulp van bladzijden 61/75 (zonder naam) heet daar Branson.

Links: Wit en purper van Jeroen, bladzijde 11 NEHA
Rechts: Purper Int Wit Van Jeroen (Norton Simon Museum)

Links: Zonder naam, bladzijde 45 NEHA. Midden: Zonder naam, bladzijde 68 NEHA. Rechts: Kamelot van Wena (Norton Simon Museum)


Links: Zonder naam, bladzijde 75 NEHA. Midden: Zonder naam, bladzijde 61 NEHA.Rechts: Branson (Norton Simon Museum)

Het fenomeen van het onderling kopiëren van afbeeldingen in tulpenboeken is nog onvoldoende onderzocht. Het lijkt gebruikelijk te zijn geweest. Zo komen een aantal van de tulpentekeningen in het tulpenboek in de Collectie Six ook voor in The Great Tulip Book in het Norton Simon Museum. Het is onbekend hoe dat in het in zijn werk ging. Circuleerden er voorbeelden die kunstenaars naar believen konden kopiëren? 10

Annotaties

Behalve de naam van de tulp hebben een aantal bladzijden annotaties (zie hierboven bij datering). Bij afbeelding 37 (Viceroy) staat vermeld: Sold for 70.000 guilders. De bron van dit fenomenale bedrag is niet bekend. Op bladzijde 32 staat een tekst in potlood naert leven 1631 die in pen is herhaald. Op bladzijde 34 staat een onleesbare tekst. Bladzijde 43 heeft een bijschrift in het Latijn, Tulipa candida virgulis ex purpura rubiscentib, in schrift identiek aan de bijschriften in Onderdeel D.

Semper Augustus

Bladzijde 21 toont de iconische weergave van de tulp Semper Augustus, volgens overlevering de duurste tulp ooit. De wijze van afbeelden met het naar buiten gevouwen bloemblad komt in zeker vijf tulpenboeken voor (ook in The Great Tulip Book in het Norton Simon Museum) en op een aantal schilderijen.11 Dit zou de vroegst bekende afbeelding kunnen zijn. Het is de vraag of de tekenaars de tulp ooit in het echt hebben gezien. Ook dat vereist nader onderzoek.

Semper Augustus, bladzijde 21 NEHA

Onderdeel C Allerlei bloemen

Onderdeel 2 bevat tekeningen van een grote variëteit en van zeer wisselende kwaliteit. De tekeningen op bladzijden12 89 right, 96 left/right, 98 left/right, 99 left/right, 100 left/right, 96 verso, zijn ingeplakt.

Een aantal tekeningen in Onderdeel 2 hebben Latijnse namen in een bewerkt handschrift, 77 right, 78 left/right, 79 left/right, 80 left/right, 81 left/right, 82 left, 83 right, 84 left/right, 85 left, 86 left/right, 87 right, 88 right, 90 right, 91 left/right, 92 right, 93 left/right, 94 right, 95 left.

In 2012 ontdekte Esther van Gelder dat de tekeningen op de bladzijden 97 right en 98 left voorstudies zijn voor houtsneden in Rariorum aliquot stiprium per Pannoniam, Antwerpen van Carolus Clusius uit 1583.13 De tekeningen op de bladzijden 96 left, 97 right boven zouden daar, gezien de annotaties, ook toe kunnen behoren. Op de tekening op bladzijde 97 right boven staat aan de achterzijde een tekst in het Italiaans, op die op 98 left een tekst in het Frans.

Onderdeel D

De 16 tekeningen op de ongenummerde bladzijden die op basis van de tekst op de laatste bladzijde van het boek worden toegeschreven aan Adriaen van Witvelt zijn gekleurde kopieën in gouache van matige en wisselende kwaliteit naar gravures in Archetypa studiaque patris Georgii Hoefnagelii van de Antwerpse kunstenaar Jacob Hoefnagel (1573-ca. 1632), gepubliceerd in Frankfurt in 1592. Het boek bevat 48 gravures naar tekeningen van Jacob Hoefnagels vader Joris (1542-1601). De plaatmaat van de gravure is 154 x 213 mm. Beide Hoefnagels waren onder andere actief aan het hof van keizer Rudolf II in Praag.

Zonder nummer NEHA [in inventaris NEHA paginanr. 109]

Jacob Hoefnagel, 154 x 21,3 cm. Rijksmuseum, Amsterdam, inv.nr. RP-P-1887-A-11845

Losse bladen

Van de drie toegevoegde bladen, waarvan er twee zijn verworven in 1929, herkomst onbekend, lijken de twee bladen met tulpen bij elkaar te horen. Op de bladen zijn respectievelijk twee tulpen en een passiebloem afgebeeld, drie anjers en drie tulpen. Op het blad met de drie anjers de tekst Gross Roth A0 1628 bij de linker anjer Grandsignor. Het blad met de drie tulpen heeft het jaartal 1648. Bij de drie tulpen staan de namen vermeld en in het Duits de prijzen waarvoor ze verkocht zijn: Gouda hat golden 21 gulden / Beste Anvers 1400 Gulden / Viceroy is verkauft um 3200 gulden. Een identieke versie van het blad met de drie tulpen, echter zonder het jaartal, werd in 1998 geveild op de Tulip Mania-veiling bij Sotheby’s Amsterdam, 16 juni 1998, nr. 157. Het blad werd daar vermeld als German School, 18th century.


  1. Jacob van Swanenburg, aan wie de tekeningen zijn toegeschreven, overleed in oktober 1638, dat verklaart wellicht het jaartal 1637 als datering van het boek.↩︎

  2. Afbeeldingen van anjers komen vaker in tulpenboeken voor (bv. in het tulpenboek in de Collectie Six), waarschijnlijk werden ze door hun gestreepte uiterlijk als vergelijkbaar gezien.↩︎

  3. Rudolf E.A. Ekkart, Isaac Claesz. van Swanenburg 1537-1614. Leids schilder en burgemeester, 1998 spelt de naam als Swanenburg. Dat is hier aangehouden.↩︎

  4. Ibidem, p. 128↩︎

  5. Ibidem, p. 130↩︎

  6. M.L. Wurfbain in Rondom Rembrandt, tentoonstellingscatalogus Stedelijk Museum ‘De Lakenhal’, 1968, p. 119↩︎

  7. Het is verleidelijk aan te nemen dat de meeste van de andere tulpentekeningen ook naar het leven zijn getekend, maar daar bestaat uiteraard geen bewijs voor.↩︎

  8. De dateringen 1630 en 1631 wijzen er op dat het tulpenboek (in elk geval deels) is ontstaan voor de tulpenkoorts van 1636/37. Het doel van het boek is niet vast te stellen. Was het om tulpen in de Hortus vast te leggen, was het een opdracht van een rijke tulpenliefhebber, waren het voorbeelden voor bloemstillevenschilders?↩︎

  9. The Great Tulip Book, ongetwijfeld van de Nederlandse herkomst, heeft als datering 17 [de] eeuw en geen naam van een eventuele maker.↩︎

  10. Henk Looijesteijn i.s.m. Annemarie Vels Heijn, Tulpenkoorts – 1636-1637 – Mythe en werkelijkheid, 2023, p. 33↩︎

  11. Ibidem, pp. 20, 22, 33.↩︎

  12. Hier is de wijze van nummering van de website van het NEHA aangehouden waar bij het opengeslagen boek de linker bladzijde left wordt genoemd en de rechter bladzijde right. De rechter bladzijde is genummerd.↩︎

  13. Esther van Gelder, ‘Planten in kleur’ in: Bloeiende kennis. Groene ontdekkingen in de Gouden Eeuw, 2012, pp. 89-91↩︎