Annemarie Vels Heijn

Schrijf- en denkwerk

Home Terug / Back

Geschiedenis van de Carolinenhof Leidschendam

Appartementencomplex Carolinenhof in Leidschendam.

Het perceel waarop nu het appartementencomplex Carolinenhof in Leidschendam staat, komt al in de 17de eeuw in de archieven voor1. Ergens in de tweede helft van de 17de eeuw werd daarop door toenmalig eigenaar Leendert van der Claeuw een huis gebouwd. Perceel en huis bleven in de familie tot 1753. Daarna veranderde het bezit regelmatig van eigenaar. In 1779 wordt het bezit bij een veiling omschreven als een ‘huismanswoninge’ en ‘erve met dorschvloer en koestallinge, mitsgaders een boomgaard … en een partij zeer degelijk weltoegemaakt teelland ..….’.

Omstreeks 1840 laat eigenaar Jacobus de Koning het huis verbouwen tot een ‘hechte en sterke heerenwoning’. Het huis krijgt de naam Nooitgedacht. Bij de veiling van Nooitgedacht in 1870 worden huis en buitenplaats beschreven als ’een zeer aangenaam gelegen en smaakvol aangelegd buitenverblijf ‘Nooitgedacht’, met een hechte en sterke dubbele heerenhuizing bevattende vier benedenkamers, waarvan twee en suite, keuken, twee kelders, bovenvoorkamer, dienstbodenkamer, ruime voorzolder en achterzolder, onderscheiden ruime vaste kasten en verdere gemakken.’ Verder worden een siertuin, een moestuin en een boomgaard vermeld. De koper, Cornelis Boer, geeft de buitenplaats de naam Karolinaburg, voert enige verbouwingen uit, maar verkoopt het huis weer in 1879.

De nieuwe eigenaresse, Clara van Rossen Hoogendijk-Tihon noemt de buitenplaats Lommeroord. Maar anderhalf jaar later veilt zij het weer. De buitenplaats wordt dan beschreven als ‘vijf kamers met suite, alle net behangen, geplafonneerd en voorzien van marmeren schoorsteenmantels, een sierlijke veranda, ruime keuken en kelder, boven vier kamers, voor- en achterzolder …. bloementuin met hoog opgaand geboomte, prieel, vijvers, moestuin, boomgaard, bepoting, beplanting enzovoort’. De jaren daarna wordt het huis steeds kortstondig bewoond. Tussen 1884 en 1891 heet het huis ‘Shady Side’.

In 1891 komt de buitenplaats in bezit van Michel Hendrik Iwes. Een huis met 9 kamers, met een koetshuis, een stal, een boomgaard met 100 vruchtbomen, een moestuin, twee vijvers, een druivenkas en een orangerie. Zo wordt het beschreven in 1899 toen Iwes het complex wilde verkopen. Aantrekkelijk punt voor de verkoop, zo vermeldde de beschrijving, was dat voor het huis een halte van het Hofpleinlijntje, een elektrische trein tussen Rotterdam en Scheveningen, was gepland.

Koopster van Lommerzorg werd in 1900 Andrée Lehman de Lehsfeld, weduwe van de theoloog en predikant van de Waalse kerk in Maastricht Herman Laatsman (1858-1891), maar zij overleed in het jaar van de aankoop in Namen en heeft waarschijnlijk nooit op Lommeroord gewoond. Na een periode van verhuur en kortstondige bewoning wordt de buitenplaats in 1907 wederom geveild. Koper was Pieter Lensvelt uit Den Haag (1853-1931), directeur van de Maatschappij ter exploitatie der Koninklijke Brood- en beschuitfabriek Lensvelt Nicola en firmant van de later beroemde bakkerij en tearoom Lensvelt Nicola in Den Haag. Hij was getrouwd met Carolina Blomblèd (1856-1947). Ze hadden 7 kinderen, vier meisjes en drie jongens.

In 1907 kreeg Lensvelt een vergunning tot verbouwen van het huis. Uiteindelijk werd het onder leiding van zijn schoonzoon, aannemer H.F. Boersma uit Den Haag, echtgenoot van dochter Jeanette (1880-1959), afgebroken en kwam er een nieuwe villa. De oude tuinmanswoning en het koetshuis met stal bleven bestaan. Wel werd het koetshuis verbouwd, waarschijnlijk omdat er geen gebruik meer werd gemaakt van een koets met paarden. De villa kreeg de naam Carolinenhof.

Op deze foto uit het Haags Gemeentearchief uit 1986 zijn het koetshuis (vooraan) en de tuinmanswoning te zien (het huis met begroeiing links van de twee witte bedrijfsgebouwen met deuren). Kennelijk is er in de 20ste eeuw nog een huis links naast het koetshuis gebouwd. De huizen verderop in de straat zijn na 1986 afgebroken en hebben plaats gemaakt voor nieuwbouw (Gerrit Jan van der Veenstraat).

In 1908 betrok het echtpaar de villa samen met twee zoons, François (1888-1913) en nakomertje Nicolaas (1896-1974), een dochter (waarschijnlijk Wijnanda (1878-1964) in 1904 getrouwd met Johan Frederik Engel, maar in 1910 gescheiden), een kleindochter (waarschijnlijk Caroline Engel) en vader Bomblèd. Was de aanwezigheid van twee Carolines reden om het Carolinenhof te noemen? Het adres was Veursestraatweg. Ze maakten de opening van de Hofpleinlein mee, in 1908, die, met een halte bij hun huis, nuttig zal zijn geweest voor het vervoer tussen Veur en Den Haag. Het echtpaar Lensvelt woonde in de villa Carolinenhof van 1908 tot 1914 en ging daarna terug naar Den Haag. In de jaren daarna vertrokken ook de andere bewoners. In 1918 werd de villa verkocht.

Op een wandelkaart uitgegeven door Dijkhoffz & De Hoog in 1910 staat de buitenplaats nog als Lommerzorg, in de gemeente Veur, aangegeven. Afbeelding uit De canon van Leidschendam-Voorburg, 2009, p. 33.

De kinderen Lensvelt (Wijnanda, Jeanette, Gerrit, Petronella, Johanna, François) in Den Haag, omstreeks 1895.

De jongste zoon Lensvelt, Nicolaas, vertrok omstreeks 1920 naar Indië, begon daar een hotel in Medan en werd na terugkeer in 1949 met zijn vrouw Emily Ahn oprichter van het befaamde Indische restaurant Garoeda in Den Haag.

De Veurschestraatweg in 1920.

Nieuwe bewoner werd in 1918 de weduwe Sarah Ann van Velsen-Pilley met haar 5 dochters. Haar man man Carolus Johannes van Velsen was directeur geweest van het befaamde hotel Bellevue in Den Haag. Mevrouw Van Velsen overleed in 1926, de laatste dochter in 1949. In 1938 was Veur onderdeel geworden van de gemeente Leidschendam.

De villa Carolinenhof aan de Veursestraatweg in Veur in 1931. Tekening van G. van der Velde. Beeldbank Haags Gemeentearchief.

Na een tiental onrustige jaren met veel verschillende bewoners werd in 1958 J.W. Lucas, directeur van drukkerij en uitgeverij Spaarnestad in Haarlem, de nieuwe eigenaar (1958-1969). In 1969 kwam het pand in bezit van de Leidschendammer Hendrik Hilders, die het huis verhuurde. In 1985 werd de villa, inmiddels behoorlijk uitgewoond, afgebroken om plaats te maken voor een appartementencomplex dat als adres Carolinenhof kreeg. Een groot deel van het park met de vijver en de oude beukenboom (uit 1837) bleef bestaan. In de beeldbank van het Haags Gemeentearchief (haagsgemeentearchief.nl) bevindt zich ook een aantal foto’s van de afbraak van de villa.

Foto van de villa Carolinenhof aan de Voorburgseweg in Leidschendam, waarschijnlijk in de jaren tachtig. De foto toont de situatie van na de verbouwing uit de jaren zestig. Veur was sinds 1938 onderdeel van de gemeente Leidschendam. Beeldbank Haags Gemeentearchief.


  1. V. van den Bergh, ‘Van Nooitgedacht tot Carolinenhof. Een kleine buitenplaats in Leidschendam’ in: Erf Goed Nieuws (uitgave van Erfgoed Leidschendam), 2008, pp. 19-31.↩︎