Annemarie Vels Heijn

Schrijf- en denkwerk

Home Terug / Back

Adellijke afstamming

Berend van der Kolk.

Mijn grootvader van moederskant, Berend van der Kolk (1887-1969), was een Twentse boerenzoon uit Wierden die het gebracht had tot hoofd van een lagere school in Amersfoort en uiteindelijk tot Onderwijsinspecteur. Zijn Twentse tongval had hij altijd min of meer behouden. Hij was liefhebber van streekromans en een groot verhalenverteller, tot genoegen van zijn kleinkinderen.

Een van zijn verhalen was dat hij eigenlijk een adellijke afkomst had: een voormoeder was Freule Fennigjen van Ankum, die op het kasteel te Ankum had gewoond en ooit door een Van der Kolk, Jochem, die bij de Heer van Ankum in dienst was, geschaakt zou zijn. Ze trouwden, maar Fennigjen werd onterfd en uiteindelijk bleek dat haar Jochem niet deugde en het gezin in grote armoede moest leven. Maar ja, toch van adel!

Toen mijn ouders in de jaren '70 genealogisch onderzoek gingen doen, leek die claim bevestigd te worden. Ze vonden een Vrouwe Fennigjen van Ankum (1784-1825) in de stamboom. Maar al snel daarna bleek dat loos alarm: alle getrouwde vrouwen werden in de tijd wel eens 'vrouwe' genoemd. Ze ontdekten dat deze Fennigjen in 1807 getrouwd was met Jochem van der Kolk (1779-1849), een arbeider uit Ankum. Tweeëneenhalve maand later kregen ze een zoon, Hendrik. Jochems vader was de eerste geweest die zich Van der Kolk had genoemd. Een achternaam was ongewoon in die tijd, meestal werd de naam van de vader gebruikt als achternaam, Jochems grootvader heette nog Jochem Hendriks (zoon van Hendrik). Ook Fennigjen onderging een achternaamsverandering. Bij haar huwelijk heette ze nog Rutgers (naar haar vader) maar in 1812, bij de volkstelling van Napoleon, nam haar vader voor hemzelf en zijn nakomelingen de achternaam 'Van Ankum' aan, naar de geboorteplaats van zijn vader. Ankum is een buurtschap bij Dalfsen (Salland).

Uit het genealogisch onderzoek bleek ook (mijn grootvader heeft dat gelukkig niet meer meegemaakt) dat Fennigjen in vergelijking met haar zusters met Jochem het minst succesvolle huwelijk had gesloten, want haar drie zusters trouwden respectievelijk met twee gegoede boeren en een molenaar. Jochem bracht het nooit verder dan dagloner en arbeider. Fennigjens vader zal misschien niet gelukkig geweest zijn met het huwelijk, onterfd werd ze niet en zo had het echtpaar in 1823 nog iets te besteden.

Zoon Hendrik vergaat het beter; hij wordt wegwerker aan de eerste verharde weg tussen Zwolle en Almelo. In 1843 trouwt hij met Hendrikje uit Dalfsen en samen lopen ze - met al hun bezit in een kinderwagen, zo gaat het verhaal - in dat jaar langs de nieuwe weg van Dalfsen naar Wierden. Daar bouwt Hendrik, samen met zijn kordate vrouw, naast het werk aan de weg een boerderij op. Eindelijk hebben de Van der Kolken een redelijk bestaan. Een zoon wordt postkantoorhouder in Wierden, een andere zoon ambtenaar bij de belastingen en zoon Derk Jan, onze voorvader, neemt de boerderij over. Hij wordt zelfs raadslid en wethouder in Wierden. In dat gezin kon mijn grootvader Berend als jongste zoon naar de Kweekschool.

Mijn neef Geert van der Kolk, kleinzoon van dezelfde grootvader, auteur van inmiddels 19 boeken, heeft in zijn meest recente roman Het tekstbureau van Alfons Hoefjes (verschenen in 2025, ISBN 9789462973336) dat mooie verhaal van onze afstamming weer tot leven gewekt, en hoe! Een van zijn verhaallijnen betreft het liefdesverhaal tussen Jochem en Fennigjen. Bij hem heet Fennigjen Sofia, dochter van de Heer van Ankum en een Française en heet Jochem Jochem Bastiaanse, en is een dagloner die met zijn ouders in een plaggenhut woont. Hij valt als een blok voor Sofia als haar koets met pech komt te zitten. De aantrekkingskracht is wederzijds. Sofia wordt zwanger, wordt verbannen naar Parijs en trouwt daar een baron en Jochem moet, door verraad, als remplaçant strijden in het leger van Napoleon bij Borodino. Ze zullen elkaar nooit meer zien. Met Jochem loopt het slecht af: hij keert terug naar zijn geboortestreek, vermoordt er de twee mannen die hem verraden hebben en wordt opgehangen. Hun zoon, die ook Jochem heet, keert na veel avonturen terug naar Salland, trouwt een Jenneke die bij de geboorte van hun dochter sterft en wordt een droevige vader voor zijn dochter Sofia. Die Sofia ontpopt zich als een geëmancipeerde vrouw die een zeer succesvolle vrijmoedige roman schrijft, in Amsterdam een salon exploiteert en misschien zelfs iets met koning Willem III te maken heeft. Maar ze trouwt nooit en zo loopt de adellijke afstamming van de Van der Kolken ook in de roman op niets uit.